Ziektebeelden hond

Kennelhoest

Symptomen

Kennelhoest bij de hond is een zeer besmettelijke infectie van de luchtpijp en de grote luchtwegen (bronchiën) in de longen. Het wordt veroorzaakt door verschillende soorten virussen en een bacterie genaamd Bordetella Bronchiseptica. Deze bacterie is van dezelfde soort die bij de mens kinkhoest veroorzaakt. De bacterie krijgt meestal de kans om aan te slaan nadat de luchtwegen al ontstoken zijn geraakt door een virusinfectie. Deze secundaire bacteriële infectie geeft vaak ernstigere klachten dan een virusinfectie alleen.

Besmetting

Vanwege de besmettelijkheid van kennelhoest komt het het meest voor bij honden die frequent in aanraking komen met grotere groepen verschillende honden. De naam zegt het al, want een kennel is bij uitstek een situatie waar kennelhoest kan worden overgedragen tussen honden. Maar ook in uitlaatgroepen, op hondenshows of andere situaties in het dagelijks leven waar honden hun soortgenoten tegenkomen of op plekken komen waar veel andere honden zijn geweest, lopen honden risico van een infectie met kennelhoest.

De infectie komt tot stand door inademing van hele kleine waterdruppeltjes, die in de lucht terechtkomen na het niezen of hoesten door een hond met kennelhoest. De virussen en bacterie in deze waterdruppeltjes infecteren de hond via het neusslijmvlies. De ziekteverschijnselen treden vaak heel acuut op in de vorm van een harde droge en soms uitputtende hoest. Het opgehoeste slijm wordt doorgeslikt maar kan ook kokhalzen veroorzaken. In ernstige gevallen krijgt de hond koorts.

Behandeling

De hond kan in principe goed zelf genezen van kennelhoest en er is meestal geen medicatie nodig. Soms kunnen ernstige complicaties optreden, waarvan de meest bedreigende een bacteriële longontsteking is. Deze is slecht behandelbaar met antibiotica en de hond wordt ernstig ziek. Wanneer de hond symptomen van kennelhoest vertoont is het dan ook verstandig om een dierenarts te raadplegen voor lichamelijk onderzoek en met name om de longen te onderzoeken om tijdig een secundaire bacteriële infectie te onderkennen. Wanneer noodzakelijk zal er een antibioticum worden voorgeschreven. Als uw hond kennelhoest heeft, is het verstandig om andere hondeneigenaren in uw omgeving te waarschuwen.

Voorkomen

Het ziek worden van kennelhoest kan worden voorkomen door vaccinatie van de hond. De jaarlijkse 'standaard'-vaccinatie beschermt tegen het belangrijkste kennelhoestvirus. Met de jaarlijkse 'kennelhoest'-vaccinatie via de neus wordt de hond ook beschermd tegen de bacterie. Een gevaccineerde hond kan wel besmet raken met het virus en de bacterie maar zal niet meer ziek worden. In overleg met uw dierenarts kan het besmettingsrisico voor kennelhoest bij uw hond vastgesteld worden en de juiste vaccinatie op maat voor uw hond worden gegeven.

Parvo virus

Besmetting

Jaarlijks ziet elke dierenartsenpraktijk een aantal pups met Parvo. Parvo is een virusziekte die jonge honden ernstig ziek maakt en vaak leidt tot de dood. De meeste pups met Parvo komen uit de ‘hondenhandel’. Dit zijn kennels en/of puppyboerderijen, waar vaak verschillende hondenrassen te koop zijn en grote aantallen puppies bij elkaar gehuisvest worden. Deze pups zijn vanaf veel verschillende locaties bij elkaar gebracht, vaak vanuit het buitenland. De vaccinatiestatus van deze hondjes is lang niet altijd bekend en daardoor lopen zij een groot risico onbeschermd te zijn tegen parvo. De infectiedruk voor Parvo is door het bij elkaar brengen van pups uit verschillende nesten juist extra hoog op de handelsadressen. Een pup loopt daar dan ook de infectie op en wordt vervolgens ziek op het nieuwe adres. Verminderde weerstand, door stress vanwege het (te vroeg) verlaten van het eigen nest en door de vele ziektekiemen waarmee de pup in aanraking is geweest bij de handelaar, verhogen de kans op het aanslaan van de infectie. Koop een pup bij degene die het nest gefokt heeft en niet bij een handelaar is dan ook een belangrijk advies.

Symptomen

Het virus is uitermate besmettelijk en veroorzaakt 6-10 dagen na besmetting zeer acute en hevige maag- en darmontstekingen. De symptomen zijn sloomheid, braken, (bloederige) diarree, geen eetlust en uitdroging.

De besmetting kan eenvoudig door de dierenarts vastgesteld worden met een test in het braaksel of de ontlasting. De hond moet dan direct in quarantaine (isolatie) worden gebracht, zodat hij/zij niet meer in contact komt met andere dieren. En er moeten strenge hygiënische maatregelen worden getroffen bij de verzorging.

Behandeling

Helaas is er geen goed medicijn tegen virusziekten, daarom bestaat de behandeling uit ondersteunende maatregelen voor het zieke dier. Veel honden overleven de massale aanval van het virus op het lichaam niet. Hoe ouder en hoe sterker de pup is, hoe groter de kans om te overleven.

Daarnaast is het belangrijk de diagnose zo snel mogelijk te stellen, zodat de ondersteunende therapie de pup een overlevingskans kan bieden. Het virus is zeer sterk en kan 3-6 maanden overleven in de omgeving. Het laat zich zeer slecht bestrijden en kan alleen gedood worden met een sterk geconcentreerde bleekwateroplossing of door besmette kleding op 90 graden te wassen. De praktische uitvoering hiervan is lastig in een huis met meubels, gordijnen en vloerbedekking. Daarom is het belangrijk om, als er in een kennel of huis een besmette pup heeft geleefd, gedurende 6 maanden-1 jaar geen jonge honden binnen te laten.

Voorkomen

Het belangrijkste om Parvo te voorkomen, naast aankoop van een pup van een fokker en niet van een handelaar, is vaccinatie tegen het virus. Het advies is om een pup op een leeftijd van 6, 9 en 12 weken en 1 jaar in ieder geval te vaccineren. Eventueel nog extra in het eerste levensjaar wanneer er een hoger risico is. Vervolgens is het zeer verstandig om ook de volwassen hond voldoende vaak te blijven vaccineren. Voor informatie over het vaccinatieschema kunt u terecht bij uw Sterkliniek dierenarts.

Ziekte van Weil (Leptospirose)

Als hondeneigenaar laat u uw hond jaarlijks vaccineren tegen de ziekte van Weil. Maar wist u dat de ziekte van Weil slechts één van de verschijningsvormen van de complexere ziekte leptospirose is?

verschillende varianten

Leptospirose wordt veroorzaakt door bacteriesoorten die over de hele wereld voorkomen, de zogenaamde leptospiren. Van deze leptospiren bestaan diverse varianten die verschillende ziektebeelden bij honden kunnen veroorzaken. De ziekte van Weil is daarvan de bekendste en beruchtste, maar ook andere verschijningsvormen van leptospirose zijn beschreven. Omdat besmette dieren ook mensen kunnen infecteren (dit heet zoönose) is een goede bescherming tegen leptospirose gewenst.

Symptomen

Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via wondjes of de slijmvliezen het lichaam van de hond binnendringen. In sommige gevallen blijven de symptomen beperkt tot algemene ziektesymptomen zoals verminderde eetlust, braken en koorts. Maar het ziektebeeld kan ook verergeren waarbij de hond uitgeput raakt, spiertrillingen en gele slijmvliezen krijgt, gaat hoesten, diarree krijgt en ernstige nierproblemen ontwikkelt. Een hond met leptospirose heeft intensieve medische zorg nodig. Bij niet-gevaccineerde dieren heeft een ernstige leptospirose-infectie vaak een dodelijke afloop.

Besmetting

Via urine scheiden geïnfecteerde honden leptospiren uit en besmetten daarmee de leefomgeving. Met name uitlaatplaatsen, grasvelden en stilstaand (zwem)water zijn beruchte besmettingshaarden. Kleine knaagdieren, zoals muizen en ratten, spelen een rol bij de verdere verspreiding en instandhouding van leptospiren in het milieu. Elke hond kan besmet raken met leptospiren, zowel in de stad als op het platteland. Bijna elke hond eet wel eens gras of zwemt graag. Op zulke momenten komt de hond in contact met leptospiren. Door jaarlijks te vaccineren bouwen honden de noodzakelijke weerstand op en vermindert de kans dat uw hond ziek wordt.

Nieuwe varianten

Tot voor kort veroorzaakten vooral de twee serogroepen Canicola en Icterohaemorrhagiae ziektegevallen in West-Europa. De huidige vaccins beschermen uitstekend tegen deze twee varianten. Steeds vaker echter, worden ook andere varianten in West-Europa aangetroffen behorend tot de serogroepen Australis en Grippotyphosa. De huidige vaccins beschermen hier niet tegen. Wilt u uw hond ook tegen deze nieuwe varianten beschermen dan kan dat met een nieuw vaccin. Indien u deze maximale bescherming wenst voor uw hond neem dan contact op met uw Sterkliniek Dierenarts.

Hondsdolheid (Rabiës)

Hondsdolheid of Rabiës wordt veroorzaakt door een virus, het Lyssa virus dat bij dieren kan voorkomen en op de mens kan worden overgedragen. Het virus bevindt zich bij besmette dieren onder andere in het speeksel en verspreidt zich na contact via de zenuwbanen door het lichaam. Als het virus de hersenen bereikt ontstaan de kenmerkende gedragsveranderingen waar de ziekte zijn naam aan te danken heeft: hondsdolheid. Het virus kan behalve honden ook andere zoogdieren besmetten. Zonder tijdige behandeling verloopt hondsdolheid meestal dodelijk.

Hoe wordt rabiës overgedragen

Besmette dieren scheiden het virus via speeksel uit. U kunt met het virus in aanraking komen door een beet, maar ook doordat een besmet dier u krabt of likt. Het virus dringt het lichaam binnen door wondjes in de huis of via de slijmvliezen (ogen, mond). Als het virus eenmaal in het zenuwstelsel terechtkomt zal de ziekte zich verder ontwikkelen. De ziekte is dan dodelijk. Door medicatie en inenting kan worden voorkomen dat het virus in het zenuwstelsel terechtkomt.

Ziekteverschijnselen

Bij dieren is veranderend gedrag één van de eerste symptomen. Honden en katten vertonen vooral agressief gedrag. Landbouwhuisdieren zonderen zich af van de kudde. Rabiës kan op basis van de klinische symptomen in twee typen worden ingedeeld:
  • Rabiës Furiosa
  • Rabiës Paralytica

    Symptomen Rabiës Furiosa

  • Rusteloosheid
  • Agressief, vijandig, bijterig
  • Verhoogde speekselproductie
  • Seksuele opwinding
  • Gebrul/gehuil
  • Verlamming
  • Sterfte

    Symptomen Rabiës Paralytica

  • Doorzakken en zwaaien van de achterste delen van het dier
  • Schuw gedrag
  • Kwijlen
  • Weigering van voedsel
  • Staart wordt naar één zijde getrokken
  • Verlamming van de anus
  • Verlamming, dier valt om
  • Sterfte na 48 uur

    Preventieve maatregelen

    Dieren kunnen beschermd worden tegen rabiës door middel van een vaccinatie. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw dierenarts.

    Voor het reizen met dieren naar het buitenland gelden voor verschillende landen verschillende regels. Dieren zijn in het algemeen door vaccinatie goed beschermd tegen rabiës, maar het is toch aan te bevelen het contact met zoogdieren in risicolanden zoveel mogelijk te vermijden. Mede omdat de eigenaar van het huisdier vaak ook risico loopt om contact te hebben met zo’n dier.
    Voor de invoer van dieren vanuit het buitenland gelden voor verschillende landen ook verschillende regels. Huisdieren zoals honden, katten en fretten die geïmporteerd worden, moeten voorzien zijn van een gezondheidscertificaat. Uit dit gezondheidscertificaat blijkt dat de dieren zijn gevaccineerd en, afhankelijk van uit welk land ze komen, een bloedtest hebben gehad voor de controle op het aanslaan van de vaccinatie.

    Maatregelen bij verdenking van besmetting

    Als uw huisdier verschijnselen van rabiës vertoont dient u zo snel mogelijk uw dierenarts of de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) te waarschuwen. Onder verantwoordelijkheid van de NVWA zal onderzoek worden ingesteld naar de mogelijke besmetting. Indien er een officiële verdenking volgt, worden er maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te voorkomen. Diereigenaren zijn wettelijk verplicht hieraan mee te werken. Afhankelijk van de omstandigheden kan het dier in quarantaine worden geplaatst of geëuthanaseerd worden voor onderzoek op rabiës.
    Er bestaat helaas geen test om bij levende zoogdieren vast te stellen of een dier rabiës heeft. Het virus kan alleen worden vastgesteld door onderzoek van de hersenen in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium bij het Centraal Veterinair Instituut (CVI).
    Na een melding van een mogelijk besmet dier, neemt een dierziektedeskundige van de NVWA contact met de melder op. De dierziektedeskundige geeft advies over de maatregelen die genomen moeten worden ten aanzien van het dier. Als sprake is van besmettingsgevaar door contact met een vleermuis, wordt de vleermuis voor onderzoek naar het CVI gebracht.

    Maatregelen bij besmetting

    Voor dieren die rabiës hebben bestaan helaas geen medicijnen. Ook dieren die mogelijk in contact zijn geweest met een besmet dier moeten worden onderzocht. De NVWA voert dit contactonderzoek uit om verspreiding te voorkomen. Contactdieren die correct gevaccineerd zijn tegen rabiës worden nog een keer gevaccineerd. Andere contactdieren worden gedurende 6 maanden in officiële quarantaine geplaatst en gevaccineerd of geëuthanaseerd en onderzocht.
    De Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) wordt bij een besmetting door de NVWA op de hoogte gesteld. De GGD gaat na welke contacten hebben plaatsgevonden tussen het besmette dier(en) en mensen. Als blijft dat de patiënt contact heeft gehad met personen die mogelijk met rabiës besmet zijn, volgt er ook een contactonderzoek bij mensen. Dit wordt uitgevoerd in overleg met het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten (LCI). De NVWA kan op verzoek van de GGD voorlichting en advies geven.
    Alle bovenstaande informatie is terug te vinden op www.vwa.nl.
  • Baarmoederontsteking (Pyometra)

    Symptomen

  • ziek, algehele malaise, door de benen zakken
  • geen eetlust, eventueel braken
  • veel drinken en veel plassen, dit is soms ook het enige opvallende verschijnsel
  • soms uitvloeiing uit de vulva

    Diagnose en behandeling

    Indien u vermoedt dat uw hond een baarmoederontsteking heeft of wanneer uw hond één van bovenstaande symptomen vertoont, neemt u best spoedig contact op met onze praktijk, DAP Doetinchem-Zeddam via het telefoon nummer 0314-663000 (Zeddam) of 0314-324631 (Doetinchem). Een baarmoederontsteking is in beginsel een spoedgeval en zal ook als zodanig door ons worden behandeld! Na een algemeen klinisch onderzoek worden de verder te nemen stappen met u overlegd. Via echografie of met een röntgenfoto kan de baarmoeder in beeld worden gebracht. Eer kan een bloedonderzoek worden uitgevoerd om bv. de nierwaarden of ontsteking te controleren. Vervolgens worden de mogelijke behandelopties met u besproken. Een baarmoederontsteking met veel pus (pyometra) kan het best operatief worden verwijderd, in een aantal gevallen moet dat met spoed gebeuren! In bepaalde zeldzame gevallen kan voor een medicamenteuze behandeling worden gekozen. De dierenartsen van DAP Doetinchem-Zeddam hebben veel ervaring met het behandelen van honden met baarmoederontsteking.

    Oorzaak

    Om het ontstaan van een baarmoederontsteking bij de hond goed te begrijpen is het belangrijk om te weten dat de teef een erg lange cyclus heeft, gemiddeld zo’n 6 maanden. Het hormonale verloop tijdens de cyclus is vergelijkbaar aan het verloop bij een drachtige teef. Na de loopsheid stijgt het hormoon progesteron, ook wel het ‘zwangerschapshormoon’ genoemd. Dit hormoon zorgt ervoor dat de baarmoederklieren gestimuleerd worden en vloeistof produceren, hierdoor kan wand van de baarmoeder dikker worden en ontstaan er holtes met kliervocht in de wand (zgn. cysteuze endometrium hyperplasie). Progesteron zorgt er ook voor dat de spieren van de baarmoeder niet samentrekken waardoor het kliervocht in de baarmoeder achterblijft. Bacteriën, meestal afkomstig van de vagina (bv. E. coli), kunnen vervolgens deze abnormale baarmoeder relatief gemakkelijk infecteren waardoor een ontsteking ontstaat. De baarmoeder is soms helemaal gevuld met etter en de hond is erg ziek. Deze ziekte treedt vaak zo’n 2 maanden na de loopsheid op. Bij een open pyometra komt er uitvloeiing uit de vulva. Deze kan gelig of bloederig zijn. Bij een gesloten baarmoederontsteking is de baarmoedermond gesloten en ziet men geen. De baarmoeder kan erg groot worden en zelfs in de buik knappen.
  • Cushing

    Symptomen

    De ziekte van Cushing is een veel voorkomende hormonale ziekte bij de hond. De honden met de ziekte van Cushing drinken veel (en plassen dus ook veel), willen meer eten, gaan vaak slechter in hun vacht zitten en kunnen ook kale plekken en andere huidproblemen ontwikkelen, ze verliezen spiermassa en krijgen vaak een hangbuik. Vaak wordt het uithoudingsvermogen minder, wat zich o.a. uit in veel hijgen . Ook kan zich op termijn suikerziekte ontwikkelen. Niet alle symptomen hoeven tegelijkertijd voor te komen.

    Diagnose

    De diagnose van de ziekte van Cushing wordt meestal gesteld op basis van een speciaal urineonderzoek. Soms is bijkomend een bloedonderzoek nodig of aanvullende diagnose met behulp van echo van de buik of een scan van het hoofd.

    Behandeling

    Als men er op tijd bij is, is de ziekte vaak goed te behandelen. De meest toegepaste behandeling is met medicijnen. Dit medicijn moet dagelijks worden toegediend. De dierenarts zal regelmatige controle van het bloed uitvoeren om te zien of de hond de juiste dosering krijgt. Soms is een operatie aangewezen.

    Ontstaanswijze

    De ziekte van Cushing wordt veroorzaakt door een overmaat aan cortisol, een hormoon, in het bloed. Deze overmaat aan hormoon veroorzaakt de ziekteverschijnselen. Het wordt afgegeven door de bijnier. Er zijn twee vormen van de ziekte van Cushing: de hypofyse-afhankelijke vorm, waarbij een kleine goedaardige tumor in de hypofyse, een klein orgaan in de hersenen, ervoor zorgt dat de bijnieren teveel hormoon gaan produceren. Ca. 85% van de honden met ziekte van Cushing heeft de hypofyse-afhankelijke vorm. Ten tweede is er de bijnierafhankelijke vorm, waarbij een bijniertumor ervoor zorgt dat de bijnieren teveel hormoon afgeven. Soms ontstaan verschijnselen van de ziekte van Cushing door langdurige cortisol gift, zgn. iatrogene Cushing. De ziekte wordt dan niet veroorzaakt doordat het lichaam zelf teveel cortisol aanmaakt, maar omdat er van buitenaf teveel cortisone wordt toegediend (d.m.v. tabletten of injecties). In dit geval moet de dosering van de toegediende cortisone langzaam afgebouwd worden i.o.m. de behandelend dierenarts.

    Nierfalen

    Nierinsufficiëntie is een andere naam voor nierfalen. Het is een aandoening waarbij de nieren het filteren van het bloed en uitscheiden van afvalstoffen in de urine, niet meer naar behoren kunnen doen. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het nierfalen.

    Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 vormen:
  • Acute of plots optredende nierinsufficiëntie: ontstaat door een duidelijke oorzaak die de functie van de nier belemmert, bijvoorbeeld een niersteen die de urinewegen blokkeert, het opnemen van giftige stoffen (zoals antivriesvloeistof), extreme uitdroging zodat er te weinig bloed door de nieren stroomt,...
  • Chronische of langdurige nierinsufficiëntie: dit is een aanslepende ziekte waarbij de functionele delen (nefronen) van de nieren langzaam afsterven. De oorzaken hiervan zijn niet altijd te achterhalen. Het is wel de meest voorkomende vorm van nierinsufficiëntie. Chronische nierinsufficiëntie is een regelmatig voorkomende aandoening bij oudere honden!

    Symptomen

  • Acute nierinsufficiëntie: urineproductie houdt op, plots erge lusteloosheid
  • Chronische nierinsufficiëntie: het meest typische symptoom is polyurie/polydipsie (veel plassen en daardóór veel drinken). Doordat de nefronen beschadigd zijn kunnen ze het water niet meer resorberen uit de urine, daardoor moet het dier heel veel water drinken om het watergehalte in zijn lichaam op peil te houden. In het eindstadium van de ziekte kan de urineproductie stilvallen.
  • Andere symptomen van chronische nierinsufficiëntie zijn slecht eten, lusteloosheid, braken en gewichtsverlies. Vaak hebben deze katten ook pijnlijke zweren in de mond en een typische ademgeur.

    Diagnose

    De symptomen kunnen een indicatie geven, maar de diagnose zal bevestigd worden door een bloedonderzoek. Eventueel kunnen radiografie en echografie een toegevoegde waarde hebben.

    Behandeling

  • Acute nierinsufficiëntie: afhankelijk van de oorzaak. Indien mogelijk kan geprobeerd worden om de oorzaak weg te nemen.
  • Chronische nierinsufficiëntie: deze ziekte kan men niet genezen. De behandeling zal bestaan uit het aanpassen van het voer. Speciaal 'nierbeschermende' eiwitarme voeding kan de achteruitgang van de nieren remmen, maar helaas niet stoppen.
  • Dit kan aangevuld worden met het toedienen van medicatie die een invloed heeft op de doorbloeding van de nieren.

    Prognose

  • Acute nierinsufficiëntie: afhankelijk van de oorzaak
  • Chronische nierinsufficiëntie: behandeling kan de achteruitgang van de nieren afremmen, maar helaas niet stoppen. Uiteindelijk zullen er zoveel functionele nierdeeltjes afsterven dat de nieren hun werk niet meer kunnen doen. De ziekte loopt dan ook uiteindelijk fataal af. Deze achteruitgang kan met behandeling echter maanden tot jaren duren, zodat het dier gedurende die tijd toch nog een comfortabel leven zal kunnen lijden.
  • Artrose

    Artrose is een degeneratieve aandoening van één of meerdere gewrichten. Een gewricht is de verbinding tussen twee botten met daar omheen het gewrichtskapsel. Om soepel te kunnen bewegen is het bot bedekt met glad en elastisch kraakbeen en zit er gewrichtsvloeistof als smeermiddel in het gewricht. Als er slijtage in dit systeem optreedt, wordt er gesproken van artrose. Het kraakbeen in het gewricht wordt beschadigd, de schok dempende werking in het gewricht vermindert, er ontstaat een ontstekingsreactie en het gewricht doet pijn. Het lichaam probeert door extra botvorming het gewricht te stabiliseren, wat nog meer pijn veroorzaakt en de beweging beperkt. Artrose kan in alle gewrichten voorkomen.

    Hoe ontstaat deze kraakbeenschade?

    Bij oudere dieren ontstaat artrose door een natuurlijk verouderingsproces. Er wordt meer kraakbeen afgebroken dan dat er nieuw gevormd wordt en een beschadiging herstelt minder goed. Dieren die een aangeboren gewrichtsprobleem of ontwikkelingsstoornis hebben zoals elleboogdysplasie, OCD in de schouder of heupdysplasie zullen eerder artrose ontwikkelen. Ook een trauma of een ontsteking kan leiden tot artrose. Een trauma ter hoogte van het gewricht kan ontstaan ten gevolge van bv. een breuk of een gescheurde kruisband. Een ontsteking kan veroorzaakt worden door een infectie, bv. een bacterie, of door het afweersysteem van het dier zelf, vergelijkbaar met reuma bij de mens. Overgewicht is een extra risicofactor en het is belangrijk dit te voorkomen of te behandelen.

    Wat zijn de symptomen?

    Bij honden wordt vooral startkreupelheid of ochtendstijfheid opgemerkt. De hond staat moeilijk op, loopt mank of onregelmatig, wil niet graag mee gaan wandelen, wil niet springen of traplopen. Hij/zij kan pijn uiten bij bepaalde beweging, piepen of grommen of de poot hoog houden. Bij katten is het veel moeilijker om artrose op te merken. Ze zullen minder bewegen en meer slapen, ze lopen wat stijver, soms kan kreupelheid worden opgemerkt en ze springen bv niet meer op de vensterbank.

    Hoe wordt artrose vastgesteld?

    Gewrichten met artrose hebben vaak een verminderde beweeglijkheid en zijn pijnlijk bij strekken en buigen. Het gewricht kan opgezet zijn indien het ook ontstoken is. Er kan een röntgenfoto gemaakt worden waarmee de diagnose bevestigd wordt. Artrose is niet te genezen maar wel te behandelen Omdat we artrose niet kunnen genezen, is de behandeling erop gericht de vicieuze cirkel te doorbreken en de symptomen te verminderen. Ze bestaat uit 4 pijlers:
  • gewichtsbeheersing
  • gecontroleerde beweging
  • ontstekingsremmers met ook een pijnstillende werking
  • remmen van verdere gewrichtsslijtage

    Als eerste stap is een verandering in levensstijl nodig. Indien nodig moet het dier afvallen en de spieren moeten versterkt worden door een gedoseerde, rechtlijnige beweging. Hiermee bedoelen we vaker per dag kleine stukjes wandelen, rustig naast de fiets lopen of zwemmen. Ook fysiotherapie of aquatherapie is een goed idee. Het is belangrijk dat deze beweging voor uw dier geen extra pijn veroorzaakt, hij/zij mag niet stijver of pijnlijker zijn na de beweging dan ervoor. Spelen met andere honden of achter een balletje aanrennen is te belastend voor de gewrichten. Ook springen en trap lopen moet zo veel mogelijk worden voorkomen.

    Sommige eigenaars realiseren zich niet dat hun dier overgewicht heeft of kennen de gevaren voor de gezondheid hiervan niet. 30% van de honden in Nederland heeft overgewicht. Obesitas leidt tot extra belasting van de gewrichten en daardoor verergering van de artrose. Bovendien worden in vetweefsel stoffen geproduceerd die de ontsteking bevorderen. Het is dus erg belangrijk dat uw hond in goede conditie is en blijft!

    Ontstekingsremmers zorgen er niet alleen voor dat de hond pijnvrij kan bewegen en daardoor beter zijn/haar bespiering houdt, maar remmen eveneens de ontsteking en daardoor het ontstaan van verdere kraakbeenschade. Samen met u, zoeken we het medicijn dat het best bij uw dier past zowel qua verdraagzaamheid, sterkte van het middel, toedieningswijze, toedieningsfrequentie etc.

    Om het kraakbeen te ondersteunen, te beschermen en de ontsteking te remmen kan speciaal dieetvoer worden gegeven of voedingssupplementen zoals glucosamine en chondroitine, omega 3 vetzuren en Flexadin. Royal Canin Mobility Diet is een volledige voeding voor volwassen en oudere honden en katten. Deze speciale voeding helpt de beweeglijkheid van de gewrichten te behouden. Mobility Diet bevat een hoog gehalte aan omega 3 vetzuren, glucosamine en chondroitine en groenlipmosselolie, voedingssupplementen die het kraakbeen ondersteunen en de ontsteking remmen. Daarnaast draagt de voeding bij aan het behoud van een gezond gewicht, een gezonde darmflora en bevat ze antioxidanten wat het afweersysteem ondersteunt.

    Professionele begeleiding

    Wij bieden u de mogelijkheid om met uw hond of kat regelmatig op controle te komen tijdens onze kosteloze artroseconsulten bij een gediplomeerde paraveterinair. Met behulp van hierboven genoemde maatregelen proberen we de toename van de artrose te verminderen en de kwaliteit van leven aanzienlijk te verbeteren.
    Er zijn verschillende artrose pakketten waaruit u kunt kiezen. Aarzel niet om hierover meer informatie te vragen bij één van onze medewerkers.
  • Huidaandoeningen

    Huidproblemen komen zeer veel voor bij honden. Het meest opvallende symptoom bij huidaandoeningen is jeuk. Een hond kan zichzelf tot bloedens toe kapot krabben of bijten. Maar ook huidproblemen zonder opvallende jeuk komen voor. Er zijn heel veel verschillende oorzaken voor huidaandoeningen. De uiterlijke kenmerken van huidaandoeningen komen vaak erg overeen; het is lastig om op grond van deze uiterlijke kenmerken een diagnose te stellen. Het kost vaak veel tijd en onderzoek om de oorzaak te achterhalen.

    Een huidpatiënt is veelal een ingewikkelde puzzel. Het verhaal van de eigenaar, de symptomen bij uw huisdier, de resultaten van verder onderzoek zoals cytologie, biopten, bloedonderzoek etc. zijn de belangrijkste onderdelen.

    De meest voorkomende oorzaken van jeuk of huidafwijkingen zijn:
  • infecties (bacterien, gisten, schimmels, parasieten)
  • allergieën
  • hormonale aandoeningen

    Als eenmaal de diagnose is gesteld, zal er samen met u een behandelplan worden opgesteld en worden er afspraken gemaakt voor de nacontroles.

    Allergie

    Als alle infectieuze oorzaken zijn uitgesloten of onder controle zijn en uw huisdier blijft jeuk houden, is het mogelijk allergisch. Het immuunsysteem beschermt ons en uw huisdier wanneer ziektekiemen zoals bacteriën en virussen het lichaam binnendringen. Het zet een heleboel reacties in gang met als doel de schadelijke kiem te doden. Maar soms reageert het immuunsysteem ook op onschadelijke stoffen in onze omgeving, zoals pollen of huisstofmijt, dan spreken we van een allergie. Bij de mens denken we dan vooral aan astma, hooikoorts of eczeem. Bij honden en katten uit een allergie zich vaak in huidproblemen. Allergie kan onderverdeeld worden in 4 groepen: vlooienallergie, voedselallergie, atopie en contactallergie.

    Vlooienallergie

    De meest voorkomende allergie bij de hond is vlooienallergie dermatitis, uw huisdier is dan allergisch voor het speeksel dat de vlo injecteert in de huid wanneer ze bloed zuigt waardoor een heftige jeuk ontstaat, vnl. op de rug en staartbasis. Daarbovenop kan zich een bacteriële infectie ontwikkelen zoals bv. een 'hotspot'. De allergie uit zich meestal in de zomer maar kan het hele jaar voorkomen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van het klinisch beeld, soms kunnen vlooien of vlooienuitwerpselen worden aangetroffen, maar aangezien allergische dieren zich vaker likken, zijn vlooien makkelijker aan te tonen bij uw andere huisdieren. Verder ondersteunt een goede respons op vlooienbehandeling zonder verdere medicatie ook de diagnose. Het is van groot belang dat alle in-contact dieren én de omgeving gedurende minstens 4 maanden tegen vlooien wordt behandeld. Onze assistentes kunnen u zeer goed adviseren over de beste vlooienbestrijding voor uw dier en bij veel jeukklachten kunt u bij de dierenarts terecht voor een injectie tegen de jeuk.

    Voedselallergie

    Voedselallergie kan voorkomen bij alle rassen en op alle leeftijden. De jeuk is meestal niet seizoensgebonden, de huidletsels kunnen erg subtiel zijn, bv. terugkerende oorontstekingen en er kunnen maagdarmklachten aanwezig zijn. Voedselallergie en atopie kunnen ook samen voorkomen bij één dier. De diagnose van voedselallergie wordt gesteld op basis van de symptomen en de verbetering op een hypoallergeen dieet, commercieel verkrijgbaar met 1 eiwit en 1 koolhydraatbron, hetzij gehydrolyseerd. Uw dierenarts kan u adviseren welk dieet het meest geschikt is voor uw huisdier.

    Atopie

    De diagnose van atopie kan nooit perfect objectief worden gesteld, zoals dat bij een gebroken poot of darmtumor wel kan en is eerder een diagnose door uitsluiting van andere oorzaken van jeuk zoals parasitaire aandoeningen, schimmel, etc. en het bestrijden van secundaire bacteriële en gistinfecties. Atopie kan zich bij honden manifesteren als huid- en oorontsteking, verkoudheid of oogontsteking. Atopie start in 75% van de gevallen op jonge leeftijd en komt vaker voor bij bepaalde rassen.

    Bij aanvang heeft het dier jeuk zonder of met minimale huidletsels zoals roodheid en kleine papels, bij navragen blijken sommige honden reeds een oorontsteking te hebben gehad. De jeuk kan wel/niet seizoensgebonden zijn, afhankelijk van de allergenen die meespelen. Bij chronische, onbehandelde honden treden vanzelfsprekend opvallendere huidletsels naar voor zoals bruinverkleuring van de poten, kaalheid, hyperpigmentatie, schilfering, verdikking van de huid en plooivorming, secundaire bacteriële/gist infecties die leiden tot sterk ruikende en vettige vacht.

    Wanneer de symptomen atopie doen vermoeden, kan een allergie test worden uitgevoerd. Er zijn 2 allergie testen beschikbaar nl. de intradermale huidtest en de allergie screening via bloedonderzoek. Omdat er geen genezing is voor atopische dermatitis, moet er levenslang behandeld worden. Het doel van de therapie is de jeuk en ontsteking te verminderen en de huid in zo optimaal mogelijke conditie te houden waardoor infecties minder kans krijgen. Hyposensibilisatie, cyclosporine, glucocorticosteroiden onderdrukken in respectievelijk 60-70%, 80% en 95% van gevallen de jeuk en ontsteking erg goed, echter glucocorticosteroiden hebben de meeste bijwerkingen. Soms wordt voor een combinatie therapie gekozen. Een ondersteunend dieet is naast shampoo, extra essentiële vetzuren en het continu bestrijden van bijkomende infecties aangewezen om de huidbarrière te verbeteren. Het belangrijkste voor een hond met atopie en zijn eigenaar is dat de behandeling ‘op maat’ moet zijn en dat deze over de tijd heen regelmatig moet worden bijgestuurd naargelang de symptomen. Uw dierenarts kan u het beste adviseren over de mogelijke testen en behandelopties.

    Contactallergie

    Hier gaat het om een beperkte huidreactie t.g.v. een lokale irritatie of allergie, meestal op weinig behaarde zones. Diagnose vindt plaats door uitsluiting. Het kan bijvoorbeeld gaan om allergie tegen het wasmiddel waarin de dekens gewassen worden waarbij het dier vooral op de buik jeuk zal hebben. Maar evengoed om een huidreactie op een nieuwe halsband, jeuk aan de voeten door contact met bepaalde planten, aan de mond door reactie op de voerbak.

    Hormonale aandoeningen

    Schildklierhormoon is belangrijk voor de groeifase van de haarcyclus en de normale stofwisseling van de huid. Een doffe vacht met schilfering, blijvende kaalheid na scheren, een donker verkleurde huid, terugkerende secundaire infecties en kaalheid op de flanken kan passen bij hypothyroidie (traagwerkende schildklier).
    Bij de ziekte van Cushing kan een doffe, schilferige vacht voorkomen en symmetrische tot veralgemeende kaalheid vnl. op de romp. De dieren hebben een dunne huid, een slechte wondgenezing en een verhoogde vatbaarheid voor infecties. Daarnaast zijn er vaak enkele opvallende algemene symptomen, zie: “Hyperadrenocorticisme of de ziekte van Cushing”. Wanneer teveel mannelijke of vrouwelijke hormonen worden geproduceerd, bv. bij een testis- of bijniertumor, kan o.a. vergroting van de staartklier, een vette huid, oorontstekingen, kaalheid en vervrouwelijking voorkomen.
  • Hartaandoeningen

    Wist u dat één op de tien honden last heeft van een hartprobleem? Oudere honden zijn zelfs in één op de vier van de gevallen niet helemaal hartgezond! Dat is ook een van de redenen dat uw dierenarts bij de jaarlijkse gezondheidscontrole en voor iedere anesthesie altijd naar het hart zal luisteren.

    Het hart van de hond is een spierpomp die onderverdeeld is in vier ruimten. Het lijkt veel op ons eigen hart wat functie en structuur betreft. Deze pomp kan bij de geboorte defecten vertonen. Ook kunnen honden op latere leeftijd problemen krijgen aan hun hart. De meest voorkomende verkregen hartproblemen bij de hond worden veroorzaakt door de hartkleppen (ook wel bekend onder de naam ‘klepinsufficiëntie’ of ‘endocardiose’) of de hartspier (gedilateerde cardiomyopathie).

    Hartproblemen bij de hond zijn niet te vergelijken met hartproblemen bij de mens. Bij de mens beginnen problemen over het algemeen in de vaten die dichtslibben en een infarct veroorzaken. Honden krijgen gelukkig zelden een hartaanval, maar hebben wel weer andere problemen.

    Klepinsufficiëntie

    Klepinsufficiëntie betekent vrij vertaald ‘slecht werkende hartkleppen’. Bij deze afwijking sluiten de hartkleppen van de hond niet goed. Hierdoor stroomt bij elke hartslag een beetje bloed de verkeerde kant op. Gevolg is dat er niet genoeg bloed circuleert om het lichaam te voorzien van genoeg zuurstof. Deze afwijking kan niet verholpen worden, maar het hart kan wel goed worden ondersteund met de juiste medicatie.

    Gedilateerde cardiomyopathie

    Bij gedilateerde cardiomyopathie is het hart van de hond vergroot. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een verzwakte hartspier. Het hart kan minder krachtig kloppen en er komt minder bloed in de bloedvaten. Het lichaam van de hond reageert hierop door de bloedvaten een beetje dicht te knijpen, zodat de bloeddruk op peil blijft. Hierdoor moet het hart echter nog harder werken. Deze vicieuze cirkel kan alleen via medicatie doorbroken worden.

    DOE DE TEST
    Hoe weet je nu dat je hond mogelijk last van hartproblemen heeft? Er zijn symptomen die daar op kunnen wijzen. Antwoord JA of NEE op de volgende vragen over uw hond:

  • Mijn hond is snel moe van het rennen.
  • Mijn hond hoest wel eens.
  • Mijn hond is rusteloos gedurende de nacht.
  • Mijn hond is minder alert.
  • Mijn hond verliest gewicht.
  • Mijn hond is kortademig en hijgt snel.
  • Mijn hond valt wel eens flauw.
  • Het tandvlees van mijn hond is bleek i.p.v. roze.
  • Mijn hond gaat soms liggen tijdens het uitlaten.
  • De buik van mijn hond is dikker geworden.
  • Mijn hond heeft een verminderde eetlust.
  • Mijn hond wil steeds korter uitgelaten worden.

    Als u één of meer vragen met JA heeft beantwoord, heeft uw hond mogelijk last van een hartaandoening. Een andere aandoening is echter ook niet uit te sluiten. Overleg daarom met uw dierenarts over de juiste maatregelen.
  • Chocoladevergiftiging

    Vooral rond de feestdagen als Sinterklaas en Kerst, komt het nog al eens voor dat honden chocolade weten te bemachtigen. Vaak is wel bekend dat dit voor honden giftig is, maar niet welke hoeveelheden al een risico vormen en wat de verschijnselen zijn. Chocolade bevat onder andere theobromide wat ernstige vergiftigingen kan veroorzaken bij honden. Het behoort tot de groep methylxantines waartoe ook cafeïne en theofylline behoren. Deze plantaardige alkaloïden geven een stimulatie van het centraal zenuwstelsel en de hartspier. Daarnaast geven ze een relaxatie van de gladde spieren (vooral de bronchiale) en een verhoogde diurese (veel plassen). Melkchocolade en witte chocolade geven over algemeen weinig tot geen klachten, pure chocolade kan tot een ernstige vergiftiging leiden. Dit alles is natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid die het dier binnenkrijgt. Witte chocolade bevat namelijk veel minder cacao dan melk (factor 240 ) en puur bevat nog weer 2x zoveel cacao per gram chocolade dan melk. De ergste vergiftiging loopt uw huisdier op wanneer uw huisdier de donkerste chocolade van de (banket)bakker of chocolaterie opeet, dit kan nog tot 3x zoveel cacao bevatten. Melkchocolade bevat 154 mg/100 gr theobromide, Pure chocolade bevat 1365 mg/100 gr theobromide.Dit betekent dat voor een hond van 10 kg 70 gr pure of 455 gr melkchocolade giftig is.

    Dit betekent dat voor een hond van 22 kg 156 gr pure of 1360 gr melkchocolade giftig is,

    De eerste verschijnselen ontstaan ongeveer 4-5 uur na het innemen (tot 12 uur). Rusteloosheid, nervositeit, misselijkheid, braken, veel drinken, diarree eventueel verergerend tot hyperactief, hoge hartfrequentie, koorts en stuiptrekkingen. Het kan zelfs tot coma en de dood leiden. Ook is na 2-3 dagen ten gevolge van het hoge vetgehalte van chocolade een ontsteking van de alvleesklier mogelijk. Ook zijn enkele dagen na inname nog verschijnselen mogelijk als gevolg van beschadigingen van de hartspier. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot acute hartdood de volgende dag.

    Wat kunt u doen? Het vervelende is, dat u wanneer uw hond dit heeft ingenomen alleen direct (binnen het uur) iets kunt doen om dit te voorkomen: laten braken is dan het advies. Let op sommige honden eten chocola op wat nog in de verpakking zit, hierdoor komen de giftige stoffen langzamer vrij en heeft u dus meer tijd om in te grijpen met het laten braken. Nadat de verschijnselen (lees braken) zijn begonnen moet u wachten tot het braken overgaat waarna u ze een grote hoeveelheid Norit (actieve kool) tabletten ingeeft. Verder is dan alleen het bestrijden van de symptomen mogelijk.

    Samengevat: Chocola is voor honden snel giftig, doordat de hond bepaalde stoffen (methylxanthines: theobromide en cafeïne) veel minder snel omzet en uitscheidt dan de mens, deze stof werkt in op het hart en de spieren. Houd er dus rekening mee dat uw hond veel minder chocolade kan verdragen dan u zelf kunt. Chocolade is geen voedingsmiddel voor honden, geef het nooit bewust aan uw hond. Let op: ook de kat kan niet tegen de gifstoffen in chocolade, alleen eten katten niet zo snel chocola op.

    Bron:Vergiftigingencentrum de Bilt