Vaccinaties

Vaccinaties

AANDOENING BASISVACCINATIE GELDIGHEID BIJZONDERHEDEN 
Influenza/griep 2x met 3 – 12 w tussentijd 1jaar (FEI:6mnd) *veulens: 4-6 maand (afh status merrie)
Tetanus/klem  2x met 3 – 12 w tussentijd 1-2 jaar *meestal + influenza/griep
Rhinopneumonie 2x met 4 – 6 w tussentijd 6 maand *drachtige merries: 5-7-9 maand *veulens: vanaf 5 maand
Schimmel 2x met 2 w tussentijd 9 maand *veulens: vanaf 5 maand
Droes 2x met 4 w tussentijd 3 tot 6 maand *veulens: vanaf 4 maand

Verplichting KNHS: enkel influenza vaccinatie: basisvaccinatie + jaarlijkse herhalingsenting

(In Nederland worden de KNHS-reglementen voor wat betreft verplichte vaccinatie door praktisch alle instanties overgenomen, controleer voor de zekerheid de wedstrijdreglementen van de betrokken instanties, of overleg met de dierenarts). Zie verder; reglementen

Waarom vaccineren?

Net als bij de mens en andere diersoorten wordt een paard besmet door een ziektekiem als zijn afweer niet optimaal is. In meer of mindere mate wordt het paard er ziek van. Een jaarling die besmet is met bijvoorbeeld een influenzavirus wordt suf, krijgt koorts en verliest zijn eetlust. Toch zijn dit alleen nog maar zichtbare verschijnselen. In het paardenlichaam gebeurt natuurlijk nog veel meer. Als een ziektekiem binnenkomt, zal het afweersysteem zo snel mogelijk actie ondernemen.

Het afweersysteem zal met behulp van algemene afweercellen en de specifieke afweerstoffen (antilichamen) worden de ziektekiemen direct aangevallen. Vanaf dat moment geldt het recht van de sterkste. In het lichaam wordt een veldslag op leven en dood uitgevochten tussen de verdedigingslinie van de afweer enerzijds en de aanvallende ziektekiemen anderzijds. Wint de afweer, dan wordt het paard niet ziek. Maar blijken de ziektekiemen te overheersen, omdat de infectiedruk te hoog is of de ziektekiemen te agressief zijn, dan treden de bovengenoemde ziekteverschijnselen op.

Memorycellen

Of de afweer nou wint of verliest, het lichaam zorgt er in ieder geval voor dat het beter gewapend is tegen eventuele volgende aanvallen van deze ziektekiem. Speciale cellen (de memorycellen) onthouden precies hoe ze deze ziektekiem moeten vernietigen. Als later dus een zelfde influenzavirus het lichaam binnendringt, produceren de zogenoemde memorycellen zeer snel de specifieke antistoffen tegen dit virus. Hierdoor wordt de infectie in de kiem gesmoord en wordt het paard niet ziek.

Dit principe wordt ook gebruikt bij inenten of vaccineren. Het paard wordt ingespoten met verzwakte, gedode of deeltjes van ziektekiemen die niet de ziekteverschijnselen veroorzaken, maar wel zorgen voor de bijbehorende afweerreactie waarbij memorycellen worden gevormd.

Booster

Om de afweer van het lichaam zo goed mogelijk voor te bereiden op eventuele latere aanvallen van een specifiek virus, moet de allereerste enting binnen een paar weken gevolgd worden door een tweede enting. Deze twee entingen kort na elkaar worden de “basisenting” genoemd. De eerste keer worden al een aantal memorycellen gevormd, maar pas na twee keer enten zullen deze memorycellen de capaciteit hebben om ervoor te zorgen dat het paard niet ziek wordt in geval van een virus-epidemie.

Als de maanden verstrijken zullen de memorycellen echter langzaam verdwijnen. Daarom is het een absolute must dat paarden en pony’s met regelmaat geënt worden (de “booster vaccinatie”) waardoor ze opnieuw de memorycellen aanmaken.