Tetanus

Tetanus of klem

Omdat er in Nederland goed tegen tetanus geënt wordt komt het bij paarden nog maar zelden voor. Toch zijn paarden extreem gevoelig voor tetanus en leidt besmetting meestal tot een afschuwelijke dood van de patiënt. Tetanus wordt veroorzaakt doordat een bacterie (Clostridium Tetani) zenuwgif (toxinen) produceert. Dit gif veroorzaakt aanhoudende kramp van de spieren. De bacterie vermenigvuldigt het snelst in zuurstof arme omgeving van diepe (steek)wonden. De bekendste verwondingen bij paarden zijn nageltred, castratiewonden, navelinfecties bij het veulen en drukwonden van het tuig.

Verspreiding


Een dier met tetanus vormt geen infectiebron voor andere dieren of voor de mens. Het belangrijkste reservoir is de bodem. De infectie treedt dus vooral op bij dieren met een vuile (steek-)wonde of eventueel langs de navel bij pasgeboren veulens.

De tijd tussen de infectie en de eerste ziekteverschijnselen is 7 tot 10 dagen. Het begint als geringe stijfheid van de kauwspieren, vandaar dat tetanus ook wel kaakklem genoemd wordt. De stijfheid breidt zich uit naar achteren over de spieren van het hoofd, de hals naar de benen en wordt erger. Als een tetanuspatiënt plots schrikt, verstijft deze over z’n hele lichaam. Deze kramptoestand neemt maar heel langzaam af. Kenmerkend zijn het verschijnen van het derde ooglid, wijd opengesperde neusgaten en een oppervlakkige ademhaling. In de eindfase ontstaat een permanente kramp tot de dood door verstikking of uitputting volgt.

Een paard met tetanus kunnen we niet behandelen. De patiënt moet ‘gewoon’ uitzieken totdat de gifstoffen uitgewerkt zijn. Dit vereist intensieve verzorging in een kliniek waar het paard opgehangen wordt in een mat, wordt verdoofd en kunstmatig voer en water toegediend krijgt. Antibiotica-therapie, lichte sedatie en het geven van antitoxinen kunnen ondersteunen in de genezing.

Preventie

Let op een goede hygiëne bij wondbehandeling, vooral bij diepe wonden en zorg voor een afdoende entschema. Tetanus vaccinatie geeft een stabiele immuniteit. Na een juiste basisenting volstaat een booster om de twee jaar. Laat echter de merrie 1 a 2 maanden voor de geboorte van het veulen nogmaals enten, zodat er veel antistoffen tegen tetanus in de biest zitten. Vanaf een leeftijd van 3 maanden kan het veulen zelf geënt worden, volg hiervoor het entschema van influenza. In Nederland wordt overigens standaard geënt met de combinatie van influenza en tetanus.Ook de mens is gevoelig voor tetanus. Omdat paardenmest een belangrijke bron is van tetanusbesmettingen loopt de verzorger een verhoogd risico op infectie. Het is aan te raden zelf ook regelmatig te enten tegen tetanus.