Home Paarden Artikelen Paard Spijsvertering
Paard spijsvertering
Koliek behandeling

Koliek, de behandeling

In het vorige nummer werd besproken wat koliek is en hoe je het zelf op tijd kan herkennen. Ook werd aangehaald wat je als eigenaar kan doen als jouw paard koliek heeft. Als aanvulling hierop volgt in dit artikel een opsomming van de verschillende soorten koliek en de behandeling daarvan door de dierenarts.

De verschillende kolieken bij het paard zijn ingedeeld afhankelijk van de achterliggende oorzaak. Om duidelijk te maken wat de oorzaken van koliek kunnen zijn en waarom paarden er zo gevoelig voor zijn, volgt eerst enige uitleg over het maag-darm kanaal.

De totale lengte van het maag-darm kanaal bij een volwassen paard is bijna 40 meter! Als het voer gekauwd is komt het net als bij de mens via de slokdarm eerst in de maag. Een paardenmaag is relatief klein (8-15 liter). Verder is er in tegenstelling tot bij de meeste dieren geen weg terug. De kringspier van de slokdarm is zo goed ontwikkelt, dat een paard nooit zal overgeven en ook gas kan niet via maag en slokdarm naar buiten komen.

De uitgang van de maag is aangesloten op de dunne darm. Deze is meer dan 20 meter lang en komt uit in de dikke darm. Op de overgang van dunne naar dikke darm zit een enorm grote, blind eindigende uitpuiling; de blinde darm. Deze kan een inhoud hebben tot meer dan 30 liter en ligt aan de rechterkant in de buik. De dikke darm neemt het grootste deel van de linker buikhelft in beslag. Na het passeren van de dikke darm komt het voer als mest via het rectum weer naar buiten.

Dikke darm

Veel kolieken worden veroorzaakt door problemen in de dikke darm. De functie van de dikke darm is namelijk om samen met de blinde darm te zorgen voor vertering door middel van fermentatie. Dit wil zeggen het verteren van het voedsel door inwerking van allerlei micro-organismen (darmflora). Als deze fermentatie verstoord is, kan een overmatige gasproductie ontstaan. Omdat de dikke darm bijna volledig los ligt in de buik veroorzaakt deze gasproductie snel liggings veranderingen. De dikke darm gaat zich in de buik verplaatsen. Een ander probleem is dat de dikke darm op een paar plaatsen heel nauw is en haaks omslaat (gevaar voor verstopping) en op andere plaatsen juist een hele grote diameter heeft. Hier gaat de voedselbrok, heel langzaam voorbij en zakken zwaardere deeltjes zoals zand naar beneden en blijven liggen.

De functie van de darmen in het geheel zijn bekend. Hier wordt het voedsel afgebroken om  zoveel mogelijk nuttige stoffen vrij te laten komen. Deze nuttige stoffen worden opgenomen door het lichaam. En het voedsel wordt langzaam naar achter geduwd door een soort ritmische golfbewegingen (contracties) van de darm. Met al deze informatie zijn de meest voorkomende types koliek makkelijker te begrijpen.

Soorten koliek en behandeling

Krampkoliek is één van de meest voorkomende oorzaken van koliek. De naam spreekt voor zich, de pijn ontstaat doordat delen van de darmen verkrampen. Belangrijke oorzaken hiervan zijn dat het paard ‘iets verkeerds’ heeft gegeten waardoor de vertering verstoord is en er stoffen gevormd worden die de darm doen verkrampen. Het is één van de minst ernstige vormen van koliek. Soms is de mest wat waterig en de darmwerking zal zelden helemaal stil vallen.

Krampkoliek gaat vaak na een half uurtje stappen wel over. Blijft de koliek na het stappen toch aanhouden dan moet je de dierenarts bellen. Deze kan controleren of het inderdaad om een krampkoliek gaat en, indien nodig, de patiënt behandelen. Vaak is dit een darmontspanner, of een pijnstillende injectie. Bij paarden die vaker krampkoliek hebben, kan de darmflora van slag zijn. Met behulp van medicijnen of ondersteunende supplementen kan men deze corrigeren.

Zandkoliek is een lichte, regelmatig terugkerende koliek. De mest wisselt van consistentie, soms waterig en soms weer normaal. Deze patiënten zijn sloom en voelen zich duidelijk niet goed. In de mest kun je het zand voelen schuren. Zand schuurt ook aan de binnenkant van de darmen en beschadigen het slijmvlies waardoor verstoring van de darmfunctie optreedt met kramp en pijn als gevolg. De dierenarts kan paraffineolie in de maag brengen. Dit neemt het zand samen met de mest mee naar buiten. Ook kun je een aantal dagen achtereen psyllium of Sandclear voeren. Het belangrijkste blijft echter het voorkomen van deze koliek. Wees erop bedacht als een paard in een te korte weide loopt. Vooral in het najaar als de het wat natter is lopen ze risico. Gras wordt dan met wortel en al uit de grond getrokken. Als je het vermoeden hebt dat je paard zand binnen krijgt, is het verstandig om preventief gekookt lijnzaad, psyllium of Sandclear te voeren. Zo wordt het overtollige zand uit de darmen afgevoerd en de darmwand beschermd.Sonderen paard

Verstoppings koliek: ergens in de darmen (vaak in de dikke darm) zit een blokkade waardoor de mest niet kan passeren. Een voorbeeld hiervan is een paard dat te veel stro gegeten heeft. De mest is dan erg droog en er zitten veel vezels in. Meestal is dit een milde koliek die makkelijk te behandelen is door een dierenarts. De verstopping kan zelfs al weg zijn na wat stappen of een paar minuten longeren. Complicaties kunnen optreden als de verstopping hardnekkig is of pas laat opgemerkt wordt. Alle mest blijft voor de blokkade steken waardoor de darm vol raakt en onder spanning komt te staan. Dit doet pijn.

Omdat de darm zal proberen met ritmische contracties de inhoud naar achter te werken ontstaat een enorme ophoping voor de blokkade. Bovendien gaat de darm verkrampen rond de inhoud. Door te gaan stappen ontspant de darm weer en komt eventueel de hele verstopping vrij. Een dierenarts kan hierbij helpen door een darmontspanner te spuiten. Als de blokkade zich in het achterste deel van de darm bevindt, kan de dierenarts deze rectaal voelen. De dikke darm zit dan vol met een dikke, stevige inhoud en komt vaak wat verder naar achter te liggen. Het is overigens niet zo dat de darm van achter uit leeg gehaald kan worden. Bij pas geboren veulentjes is dat nog wel zo. Daar kan de eerste mest zich vlak voor de anus ophopen. Dit is te verhelpen door een clysma. Bij grote paarden bevindt de verstopping zich een paar meter voor het einde van de darm.

Wel bestaan er andere laxeermiddelen om de inhoud te verweken vanaf de voorkant. De dierenarts kan door een slang in de neus (neussonde) paraffineolie in de maag gieten. Bedenk wel dat het enige tijd duurt voordat de olie op de plaats van verstopping aangekomen is. Bij een gezond paard kan het al 18 uur duren voordat het opgenomen voedsel er aan de achter kant weer uit komt. Als de darmen trager werken en bijna stil liggen duurt dat natuurlijk nog veel langer. Een verstoppings koliek kan dan ook meerdere dagen aanhouden. In de tussentijd mag het paard natuurlijk niets meer eten. Zet de patiënt zolang in een lege stal, of een stal met zaagsel of vlas. Af en toe wat licht werk aan de longe kan de darmbeweging weer op gang brengen. 

Als de verstopping niet los komt, kan de dierenarts ter ondersteuning een infuus geven. Dit stimuleert de beweging van de darmen. Een meer ingrijpende methode om te laxeren is gebruik te maken van een zoutoplossing. Het paard moet daarbij een grote hoeveelheid vocht toegediend krijgen door een infuus om niet uit te drogen. De zoutoplossing zorgt er namelijk voor dat vocht uit het lichaam de darm ingezogen wordt met de bedoeling dat alles er als diarree uitspuit. Mocht het echt niet lukken de verstopping weg te werken, dan kan een operatie noodzakelijk zijn.

Gaskoliek: Bij plotse veranderingen in de voersamenstelling kan de fermentatie verstoord worden. Als de darmflora niet langzaam kan wennen aan een andere voersamenstelling, wordt enorm veel gas geproduceerd. Een voor iedereen bekend voorbeeld is de te snelle overgang van hooi naar vers gras in het voorjaar.

Naast een abrupte verandering van voer kan ook een verminderde beweeglijkheid van de darmen zorgen voor gasontwikkeling. Hierdoor gaan vooral snel verteerbare bestanddelen in het voer fermenteren waardoor veel gas vrijkomt. De verminderde beweeglijkheid van de darmen kan vele oorzaken hebben, zoals stress of plotselinge weersveranderingen. Ook zware inspanning geeft een verminderde beweeglijkheid van de darmen, vandaar dat voeren vlak voor het rijden niet goed is. Onderschat in dit verhaal ook het gevaar van wormen niet. Grote aantallen wormlarven kruipen tijdens hun ontwikkeling door de darmwand. Dit kan aanleiding geven tot een verminderde darmwerking.

De ernst van gaskoliek verschilt afhankelijk van de hoeveelheid gas en de plaats van de gasophoping. De pijn ontstaat door de spanning die op de darmwand komt te staan. Vaak is het aan de buitenkant al te zien, de buik is helemaal opgeblazen. Meestal gaat het om een milde koliek die goed te behandelen is, als deze niet gecompliceerd is met liggingsveranderingen.

Vaak gaat de koliek al over na een paar keer wat stappen aan de hand. De dierenarts kan helpen door een pijnstillende injectie te geven. Als de pijn verdwenen is, komt de darmwerking makkelijker op gang. Soms zit er zoveel gas in de darmen dat het er echt niet meer uit kan via de natuurlijke weg. Met een dikke naald kan de dierenarts de darm van buitenaf aanprikken om het gas rechtstreeks te laten ontsnappen.

Liggingsverandering en afsnoering: dit is in de meeste gevallen een ernstige vorm van koliek die gepaard gaat met veel pijn en heftige reacties van het paard. Zeker als een deel van de darm om zijn eigen as gedraaid is, de bekende ‘slag in de darm’. Het is zaak zo snel mogelijk een dierenarts in te schakelen. Vaak reageren deze patiënten niet of nauwelijks op pijnstillende of darmontspannende injecties. Een snelle beslissing om het koliekpaard door te sturen naar een kliniek kan levensreddend zijn. Als een afsnoering te lang bestaat, sterft er zoveel darmweefsel af dat de kansen op herstel nog kleiner worden.

Bij het vermoeden dat er een slag in de darm ligt, controleert de dierenarts of de maag niet op knappen staat. Als een darm afgesloten is hoopt al het opgenomen voedsel op in de (kleine) maag. Een paard kan namelijk niet overgeven. Bij erge overvulling kan de maagwand zelfs scheuren. Dergelijke dieren zijn verloren en moet men in laten slapen. Om dit te voorkomen brengt de dierenarts een neussonde in de maag om overtollige inhoud af te hevelen.

Een mildere vorm van een liggingsverandering is ‘entrapment’, ook wel Milt-Nierband genoemd. Een gedeelte van de dikke darm is namelijk over de verbindingband tussen de milt en de nier vast komen te liggen. Deze liggingsverandering herstelt vaak na laxeren of het paard te laten rollen onder verdoving. Lukt dit niet, dan kan een operatie uitkomst bieden. Andere voorbeelden van liggingsveranderingen zijn de lies-, zak- of navelbreuk. Een stukje darm zit dan ingesloten in een holte waar hij niet hoort. Ook kan een stuk darm in zichzelf gekeerd zijn zoals bijv. een mouw van een trui dat kan, dit noemen we invaginatie.

Bij valse koliek ligt de oorzaak buiten het maag-darmkanaal. Zo kunnen merries koliekverschijnselen hebben in de tweede helft van de dracht bij een draaiing van de baarmoeder. Hengsten met een draaiing van een testikel vertonen ook verschijnselen van koliek. Meestal is (eenzijdige) castratie de enige optie. In dit rijtje mag ook de slokdarmverstopping niet onbenoemd blijven. Het lijkt alsof het paard staat te kokhalzen en er komen slijm en voedseldeeltjes uit de neus. Normaal is een injectie met een darmontspanner, pijnstiller en sedatie afdoende. Een hardnekkige obstructie kan met een speciale neussonde doorgespoeld worden.

Operaties

Koliekoperaties kunnen in ons land maar in een paar gespecialiseerde klinieken worden uitgevoerd. Het zijn ingrijpende operaties met lange, moeizame perioden van herstel. Een paard is namelijk enorm gevoelig voor ontsteking in de buik als deze geopend wordt. Ook komt de darm niet altijd op gang na een operatieve ingreep (ileus). Bovendien moet een eigenaar rekening houden met een aanzienlijk kostenplaatje. Na een gemiddelde koliekoperatie zal de rekening al snel oplopen tot boven de 2000 €.Koliek operatie

Het succes van zo’n operatie is afhankelijk van veel omstandigheden. Soms moet een darm ‘alleen maar’ teruggelegd worden op z’n plaats of moet de inhoud uit de darm worden verwijderd. Vaak is het echter zo dat een afgestorven darmdeel eruit moet. Gelukkig zijn deze ingrijpende operaties met de huidige technieken steeds beter uitvoerbaar. Uiteraard blijven de algemene conditie van het paard, de tijd die verstreken is tussen het ontstaan van de koliek en de operatie en de soort koliek cruciaal voor de kans op volledig herstel.

Conclusie

Gelukkig loopt koliek niet altijd fataal af. Meestal is koliek zelfs heel makkelijk te behandelen. Toch blijft voorkomen beter dan genezen. Bij paarden die regelmatig last hebben van koliek is het nuttig het hele management na te gaan. Bedenk dat voer-, ent- en ontwormschema’s, huisvestiging, weidegang, stress en inspanning op elkaar afgestemd moeten worden om je paard of pony in topconditie te houden en problemen zoals koliek te voorkomen.

 
Ontwormen

Fabels en feiten van het ontwormen

Ontwormen paard

Iedere paardeneigenaar weet dat zijn of haar paard ‘regelmatig’ ontwormd moet worden, want stel je voor dat jouw paard wormen krijgt. Maar waartegen ontworm je eigenlijk als je een wormspuit in de mond van jouw viervoeter leegdrukt? En wat is ‘regelmatig’? Hoe zien wormen in het paard er überhaupt uit en wat doen ze bij het paard?

 

Om de eerste fabel meteen aan te halen; het kan niet zo zijn dat een rijpaard of pony helemaal geen wormen heeft. Feit is dat in het lichaam van elk paard, van elk ras, van elke leeftijd of maat zich continu wormen bevinden. Pas als deze wormen door omstandigheden in enorme aantallen in het lichaam van jouw paard of pony aanwezig zijn geeft dit problemen en is er direct gevaar voor gezondheid en conditie. In dit stadium wordt er in de volksmond pas gezegd dat ‘een paard wormen heeft’.

 

Wat is een worm?

Als we spreken over wormen bij het paard, hebben we het eigenlijk over een grote groep parasieten die zich in het lichaam nestelen. Deze parasieten zijn in verschillende stadia aanwezig. Als ei, larve of volwassen worm. De meeste parasieten bevinden zich in het maagdarmkanaal en hebben van daaruit een negatieve invloed op de gezondheid van het paard.

 

Eieren of larven van maagdarmwormen komen voor in de omgeving van ieder paard. Deze zitten op het gras, in het hooi en het stro dat een paard eet en in besmet water. Ook op de stalvloer kunnen eieren of wormlarven overleven. Het paard wordt dus besmet bij het eten, het drinken of zelfs door het likken van de stalvloer of muren. In het lichaam groeit de opgenomen larve uit tot een volwassen worm. De meeste wormen leven in het maagdarmkanaal. Daar leggen ze enorme hoeveelheden eitjes die met de mest naar buiten komen. Paarden met veel wormen scheiden miljoenen eitjes per dag uit die op hun beurt de omgeving weer besmetten. Het is dus een cyclus die doorbroken moet worden om het gevaar op de negatieve gevolgen ten gevolge van massale besmetting te verminderen.

 

Soorten parasieten

Paarden worden besmet door verschillende soorten wormen. Iedere soort heeft zijn eigen levenscyclus en is verantwoordelijk voor specifieke ziektebeelden. Een korte samenvatting van de meest voorkomende wormen bij het paard:

 

Spoelwormen

Een volwassen spoelworm kan wel vijftig centimeter lang worden. De eitjes vind je in de wei, waar ze jarenlang kunnen overleven. Volwassen paarden en pony’s kunnen een goede weerstand opbouwen tegen spoelwormen, maar veulens zijn erg gevoelig voor besmetting. Als de eitjes opgegeten zijn ontwikkelen ze zich in het lichaam tot een larfje. Zo’n larfje trekt door verschillende organen van het lichaam zoals de lever en de long. Besmette veulens eten slecht, hebben een ruw haarkleed en een dikke buik. Ze groeien te weinig en zijn sloom. Ascaris

 

Grote bloedworm (Strongyliden)

Grote strongyliden zijn twee tot vijf centimeter lange wormen en kunnen de gezondheid van het paard fors ondermijnen. Ze kruipen in de darmslagader en andere slagaders. Besmette paarden hebben diarree en zijn erg gevoelig voor koliek. Ze eten minder, worden mager en hebben een dof haarkleed.

 

Kleine bloedworm (Strongyliden)

Kleine Strongyliden zijn de meest voorkomende en de meest schadelijke inwendige parasieten bij paarden. De larven kunnen zich in het darmslijmvlies inkapselen, waar ze lastig te bereiken zijn voor veel ontwormmiddelen. Ze kunnen hier wel twee jaar blijven zitten. In de winter en het vroege voorjaar komen de larven massaal uit de darmwand.  In de mest zijn ze te zien als kleine rode wormpjes van ongeveer 0,5 cm lang. Deze infectie wordt ook wel cyathostominose genoemd. Bij erge besmetting worden paarden mager, krijgen diarree en niet zelden koliek. Dit kan fataal aflopen.

 

Lintworm

Tenia

Lintwormen kunnen in een paard meer dan een meter lang worden. De meeste paarden bouwen afdoende weerstand op tegen deze worm. Gevallen van besmetting leiden echter vaak tot ernstige koliek. Soms zijn hele wormen in de mest te zien, maar bij ernstige besmetting zijn meestal vooral kleine witte stukjes in de mest te zien. Deze op rijstkorrels lijkende stukjes worden ‘proglottiden’ genoemd. Deze zitten vol met eitjes van de lintworm.

 

Paardenhorzel

Gasterophilus

 De paardenhorzel is een vlieg die met name in augustus en oktober voor onrust onder de paarden zorgt. De horzel legt eitjes op vooral de benen van het paard. De eitjes worden opgelikt en de larven komen zo in de maag terecht, waar ze overwinteren, maar zelden voor grote schade zorgen. Af en toe kan beschadiging van de maagwand optreden, wat leidt tot mindere eetlust en vermagering. Besmette paarden gapen vaak.

 

Andere wormen waarmee paarden geïnfecteerd raken zijn de aarsworm, de longworm en de veulenworm. De aarsworm leeft in het achterste gedeelte van de darm en legt zijn eitjes rondom de anus. Dit veroorzaakt jeuk, waardoor het paard gaat schuren. Haren van de staart kunnen hierdoor afbreken. De longworm wordt vooral overgenomen van de ezel. Besmette paarden krijgen een droge hoest, eten minder en worden er in het ergste geval dampig van. Tenslotte zijn veulens gevoelig voor een worm die via de moedermelk opgenomen wordt, of rgasterophilus eitjesechtstreeks door de huid. De veulenworm veroorzaakt vaak diarree en koliek.

 

Mest

Als er geen wormen in de mest worden aangetroffen, is het dus nog niet zeker dat een paard geen wormenbesmetting ondergaat. Enkel een paar soorten wormen zijn in de mest met het blote oog te zien. Bovendien is het bij de meeste wormen zo dat ze in het paard zitten en dat ze alleen de eitjes of de larven uitscheiden via de mest. Met een microscoop kunnen de larven en eitjes wel gevonden worden. Ook kan zo de soort en de graad van besmetting vast gesteld worden.

 

De wormbesmetting zo laag mogelijk houden is een strategie waarbij succes op verschillende pijlers rust. Het juiste gebruik van ontwormmiddelen op het juiste tijdstip is daar een onderdeel van. Voor de rest is het belangrijk om bij het hele stal- en weidemanagement te streven naar een zo laag mogelijke infectiedruk. Verwijder daarom zo vaak mogelijk de mest uit de stal. Mest stallen minimaal een keer in de week volledig uit. Daarnaast is het verstandig  de boxen een paar keer per jaar met warm water onder hoge druk schoon te maken om parasieteieren te verwijderen. Vooral spoelwormeieren verdwijnen anders moeilijk.

 

Het is een feit dat de meeste worminfecties opgelopen worden op een besmette wei. Probeer dit te voorkomen door de weidebesmetting zo laag mogelijk te houden. Plaats niet te veel paarden in eenzelfde wei en verwijder de mest zo veel mogelijk uit de wei (in ieder geval één keer in de week). Dit kost niet eens zoveel tijd, omdat paarden doorgaans maar op één bepaalde plaats in de wei mesten. Dit is de hoek waar het gras erg lang is. Eigenlijk is dit een natuurlijk beschermingsmechanisme van het paard. Daar waar de mest ligt, bevinden zich ook de meeste wormeitjes en larven. Het paard zal daar alleen mesten, maar niet gaan eten.

 

Nog beter is het de paarden regelmatig om te weiden naar een ‘veilige, onbesmette wei’. Dit is een wei waar het afgelopen jaar geen paarden hebben gelopen. Daarnaast moet de hele wei af en toe gemaaid of gesleept worden. Door te slepen verspreid je de mest, waardoor deze sneller indroogt. Wormeitjes en larven kunnen slecht tegen droogte en sterven snel onder invloed van directe zonnestralen. Wees voorzichtig met de introductie van nieuwe paarden in de groep. Ontworm ze voordat ze de wei op mogen, hiermee wordt de kans op insleep van mest, besmet met wormeieren, sterk verminderd.

 

Afwisselend begrazing door paarden en herkauwers, vermindert de infectiedruk. Dit omdat de meeste paardenwormen in herkauwers niet overleven. Ook eten bijvoorbeeld schapen vooral daar waar het gras hoog staat. Als het hoge gras waar de paardenmest ligt kort gegraasd is door de schapen, zal de mest met de larven en wormeitjes sneller indrogen.

 

Vroeger in de vrije natuur ging dat ook zo. Het paard had ruimte genoeg om overal te grazen en de eigen ‘mestplaatsen’ te ontwijken. Andere diersoorten graasden op dezelfde plaats. Als de paardenparasieten toch in de andere dieren terecht komen, sterven ze af zonder negatieve gevolgen voor deze vreemde gastheer. Tegenwoordig is de situatie echter anders. We hebben vaak maar een klein stukje land waarop de paarden naar buiten kunnen. Op grote pensionstallen is het zelfs zo dat meerdere groepen paarden op een dag afwisselend in eenzelfde wei worden gezet. Dit zijn vaak ook nog eens permanente paardenweides die jaar in jaar uit alleen door paarden begraasd worden. Paarden hebben minder mogelijkheden om mestplaatsen te vermijden. Het is dus noodzakelijk dat een paardeneigenaar maatregelen treft om de wormbesmetting onder controle te houden.

 

Ontwormschema

Om de besmettingsdruk van de wormen zo laag mogelijk te houden is een zorgvuldig samengesteld ontwormschema essentieel. Afhankelijk van de omstandigheden waaronder het paard gehouden wordt en het gebruikte middel moet een paard om de acht tot twaalf weken ontwormd worden. Houd daarbij vooral rekening met het feit dat niet alle wormen gevoelig zijn voor elk ontwormmiddel. Ook gaan bepaalde larven niet meer dood bij gebruik van een bepaald product omdat ze er ongevoelig voor geworden zijn. Dit noemen we resistentie. Om resistentie tegen te gaan is het belangrijk de werkzame stof af te wisselen. Nog beter is het om een mestmonster te onderzoeken op aanwezigheid van wormeieren. Zo kun je in overleg met je dierenarts gericht ontwormen.

 

Een korte samenvatting van de in Nederland gebruikte werkzame stoffen in ontwormpreparaten:

Ivermectine (o.a. Eqvalan®, Equimectin®, Noromectin®, Hippomec®, Furexel®, Eraquell®). Dit is de basis van de meest gebruikte ontwormpreparaten. Deze stof bestrijdt de meeste wormen, is relatief goedkoop en er is nog geen resistentie tegen aangetoond. Het werkt minder tegen de ingekapselde bloedwormen en niet tegen lintwormen.

Moxidectine (Equest®). Deze stof is langer werkzaam en werkt wel tegen de ingekapselde bloedwormen. Dit product mag absoluut niet aan veulens jonger dan vier maanden gegeven worden.

Praziquantel (Drontal®). Deze stof bestrijdt alleen lintwormen en kan enkel gebruikt worden in combinatie met een ander preparaat om de andere parasieten aan te pakken.

Verder zijn er nog producten verkrijgbaar die werken op basis van Pyrantel (Strongid-P®, Anthel-P®, Equiworm-P®, Equitel®, Banminth®). Deze producten geven maar zeer korte bescherming en werken niet tegen de paardenhorzel en de ingekapselde bloedwormen. Gebruik van Benzamidazol-verbindingen (Telmin®, Rintal®, Panacur®, Equiworm-F® Equiminthe®) is sterk af te raden door de groeiende resistentie tegen deze groep werkzame stoffen.

De laatste jaren zijn er producten op de markt gekomen die verschillende stoffen combineren. Er zijn combinatie producten met ivermectines en praziquantel (Equimax®, Eqvalan Duo®) of moxidectine met praziquantel (Equest Pramox®). Deze zijn iets duurder dan de gangbare producten, maar geven wel een brede bescherming.

 

Op alle ontwormpreparaten staat een gewichtsverdeling. Het is extreem belangrijk dat paarden niet te weinig krijgen. Veel eigenaren onderschatten het gewicht van hun eigen paard. Denk eraan dat een pony al snel 300 tot 500 kg weegt en een groot paard 600 tot 700kg! Bovendien is het voor de meeste producten niet schadelijk als je te veel geeft. Te weinig is veel erger. Zo worden niet alle wormen volledig uitgeroeid, dit werkt resistentie in de hand. Eventueel kan een mest- of bloedonderzoek meer duidelijkheid geven over de graad van besmetting. Probeer in overleg met de dierenarts een inschatting te maken van de besmettingsdruk voor je eigen paard of pony. Zo kun je een ontwormschema opstellen toegespitst op de omstandigheden bij jou op stal.


Hoe zie ik dat mijn paard koliek heeft 

  • dor haarkleed, slecht verharen
  • slechte conditie
  • matige groei
  • verminderde prestaties
  • minder eetlust
  • in extreme gevallen mager, diarree en koliek

 

Waar moet ik om denken tijdens het ontwormen?

  • alle paarden tegelijk ontwormen
  • werkzame stof afwisselen
  • om de 8 tot 10 weken
  • niet te weinig geven
  • nooit moxidectine aan veulens jonger dan 4 maanden
  • veulens vanaf dag 10

 

 
Koliek

Koliek

 

Koliek! Wat nu?

Koliek is een term die bij paardenmensen angst inboezemt. Dit is niet voor niks. Koliek is de belangrijkste doodsoorzaak bij paarden en pony’s. Daarnaast blijkt dat bijna 1 op de 10 paarden ieder jaar een keer koliek krijgt. Gelukkig loopt koliek niet altijd fataal af. Meestal is koliek zelfs heel makkelijk te behandelen. Hieronder volgt enige uitleg over wat koliek precies is, waarom het paard er zo gevoelig voor is en wat we er aan kunnen doen.

Wat is koliek?

Koliek kan het best omschreven worden door het woord "buikpijn". Het is niet één of andere ziekte, maar een verzamelnaam voor allerlei processen die pijn in de buik veroorzaken. In lichte gevallen kan een koliek spontaan overgaan, bij ergere gevallen is hulp van een dierenarts noodzakelijk. Vooral in het beginstadium is het moeilijk in te schatten of het om een eenvoudige koliek gaat, of om een koliek met eventueel fatale gevolgen. Neem daarom alle symptomen die wijzen op koliek serieus.

Hoe zie ik dat mijn paard koliek heeft?

Afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de koliek, zijn verschillende symptomen waar te nemen. Bij lichte koliek voelt het paard zich wat ongemakkelijk. Soms uit zich dit bij het rijden als het paard overdreven sloom en achter het been is. Op stal moet je alert zijn als je paard in een hoekje gaat staan en niet wil eten. Vaker worden ze juist onrustig en staan ze te krabben. Soms zie je ze dan kijken naar de buik en erin bijten. Het lijkt alsof ze jou willen vertellen dat daar de pijn vandaan komt. Door de onrust en de pijn voelen ze klam of zweterig aan. De ademhaling is meestal nog rustig, maar zal versnellen als de koliek erger wordt.

Ook het flemen, het optrekken van de bovenlip, is een teken dat er ‘iets niet in orde is’. In dit stadium waarin de patiënt zich licht ongemakkelijk voelt, is de kans groot dat de koliek spontaan over gaat. Het is verstandig dan even te stappen aan de hand of een paar minuten licht werk te geven aan de longe. Zet je paard daarna weer rustig op stal, geef hem wat tijd en probeer in te schatten of hij zich wat beter voelt. Eventueel kun je het stappen en het longeer werk een paar keer herhalen. Veel koliekgevallen worden namelijk veroorzaakt door gas- en/of mestophoping. Door de beweging komt dit los en kan de koliek verdwijnen.

Symptomen

• onrustig (schrapen, rond lopen, rollen)
• flemen met bovenlip
• naar de buik kijken, bijten, trappen
• in één houding blijven liggen (vaak op de rug)
• gestrekte stand (plashouding)
• zweten en kreunen
• wijde neusgaten, versnelde (pompende) ademhaling
• niet eten
• niet meer mesten
• sloom
• opgeblazen buik (gaskoliek)
• apathisch (vaak terminale gevallen)

Wanneer bel ik de dierenarts?

Als je paard helemaal niet meer vooruit te krijgen is aan de longe, is het verstandig een dierenarts te bellen. Zeker als het paard duidelijk aangeeft pijn te hebben door te zweten, te rollen of zich te laten vallen. Doe dit ook als er na een paar keer afwisselend stappen en rust geen verbetering opgetreden is. Helaas is er geen gouden regel om aan te geven wanneer het moment daar is een dierenarts in te schakelen. Een eigenaar moet deze inschatting zelf maken. Uiteraard spelen onderscheid in leeftijd, ras, gedrag en temperament een belangrijke rol bij het inschatten van de ernst van de koliek. Niet alle paarden vertonen dezelfde symptomen bij het zelfde type koliek. Kleinzerige of onrustige paarden staan bij het minste of geringste al te krabben, terwijl bijvoorbeeld koudbloeden, Shetlanders of Friezen pas in een veel later stadium aangeven dat er iets niet klopt. Als je nog twijfelt voordat je een dierenarts in gaat schakelen is het verstandig eerst rustig de tijd te nemen om het paard uitgebreid te observeren. Probeer daarbij ook alvast antwoord te vinden op een aantal vragen die de dierenarts waarschijnlijk gaat stellen, zoals;

• hoelang heeft het paard al koliek?
• wanneer voor het laatst gegeten, hoeveel en wat?
• wanneer voor het laatst gedronken?
• is er nog mest/wind afgekomen en hoe zag dit eruit?
• is de buikomvang toegenomen?
• heeft het paard vaker koliek gehad?
• wanneer is het paard voor het laatst ontwormd?
• is het een ruin, hengst of een (drachtige) merrie?
• zijn er recente veranderingen in rantsoen, medicijnen of management
• wat voor strooisel ligt er in de stal?
• is het een luchtzuiger?

Het gaan liggen van een paard dat koliek heeft, is niet zo erg. De gevolgen van het rollen zijn vaak vervelender. De kans op verwondingen of vastliggen zijn aanzienlijk. Toch kun je een paard best z’n gang laten gaan als dit in een ruime box is, of in de paddock. Het kan niet zo zijn dat het rollen de koliek verergert, of dat er een ‘slag in de darm’ komt door het rollen. Bij deze veronderstelling zijn oorzaak en gevolg omgedraaid. Patiënten met een slag in de darm hebben namelijk zoveel pijn dat ze zich plots laten vallen, of niet stoppen met rollen. Dit om afgeleid te worden van de pijn, of te hopen dat het zo over gaat. Je mag het paard wel overeind jagen om wat rond te stappen. Als dit niet meteen lukt, is het verstandiger om het paard gewoon te laten liggen.

Eventueel kunnen temperatuur, adem- en polsfrequentie en de kleur van de slijmvliezen opgenomen worden. Zeker de laatste twee zijn voor de dierenarts belangrijke graadmeters om de ernst van de koliek in te schatten. Bij een lichte koliek blijft de pols (het aantal hartslagen per minuut) onder de 60. Klopt het hart sneller, dan duidt dat meestal op een ernstigere vorm van koliek. De hartslag schiet namelijk vooral omhoog onder invloed van pijn. Slijmvliezen kun je controleren in de ogen en de mond. Deze moeten egaal roze zijn. Donkere, paarsblauwe slijmvliezen kom je tegen bij ernstigere problemen. Deze patiënten hebben vaak weinig kans op herstel. Ook te bleke slijmvliezen komen voor, bijvoorbeeld bij worminfecties, of inwendige bloedingen. Natuurlijk is het voor een eigenaar moeilijk in te schatten of de kleur afwijkend is. Kijk daarom al een paar keer naar de slijmvliezen van een gezond paard om te weten hoe het er normaal uitziet. De temperatuur is minder indicatief. Deze kan iets oplopen in geval van onrust of pijn, maar kramp, gas en verstoppingskoliek veroorzaken geen koorts.

De eetlust is bijna altijd verdwenen bij paarden met koliek. Toch kan het misleidend zijn als deze paarden ondanks de pijn toch blijven eten. Sommige paarden blijven juist eten of knabbelen op wat ruwvoer om de pijn ‘te vergeten’. Totdat de koliek helemaal over is, of tot de dierenarts de oorzaak van de koliek vastgesteld heeft en anders beslist, is het beter de patiënt niet meer te laten eten. Zet hem in een stal met zaagsel of als dit niet lukt in een lege box of in de paddock. Zorg wel dat er voldoende water beschikbaar is.

Bij paarden met pijn en vooral pijn in de buik valt de darmwerking vaak stil. Er is dan helemaal geen geborrel (de zogenaamde borborygmi) meer te horen in de buik. Bij een gezond paard zijn deze darmgeluiden per definitie altijd te horen, zeker door de dierenarts met stethoscoop. Soms zijn er extra veel darmgeluiden hoorbaar. Dit is vooral het geval bij paarden met diarree. Bij overmatige productie van gas puilt de buik helemaal uit. De darmen zijn dan helemaal opgeblazen en maximaal uitgerekt en dat veroorzaakt pijn.

Als de darmen stil liggen komt er uiteraard geen mest meer af. Wel is het zo dat een paard met een acute koliekaanval kan blijven mesten. De darm van een volwassen paard is namelijk bijna 40 meter lang. De mest die in de laatste halve meter darm zit, kan nog altijd naar buiten komen. Ook als er in de paar meter daarvoor zich iets afspeelt wat buikpijn veroorzaakt.

Conclusie

Koliek komt vaak voor en meestal valt de ernst wel mee. Voor de eigenaar is het vaak moeilijk in te schatten hoe ernstig de situatie is. Als de koliek niet vanzelf over gaat, zal de dierenarts een inschatting moeten maken of er sprake is van een milde of een zware koliek. Dit is van belang omdat koliek meestal met een eenmalige injectie behandeld kan worden. Door het inspuiten van pijnstillers en/of een darmontspanner wordt de pijn opgeheven en moet de normale darmwerking weer op gang komen. In ernstigere gevallen moet het koliekpaard echter snel doorgestuurd worden naar een kliniek met meer diagnose mogelijkheden en operatiefaciliteiten. Volgende maand wordt verder ingegaan op de soorten koliek en de behandeling ervan.