Paard overig
Aankoopkeuring

Keuren is maatwerk

Het belang van een aankoopkeuring


Het kopen van een nieuw paard of een nieuwe pony blijft een spannende gebeurtenis. Wekenlang worden internetsites en advertenties in vakbladen afgespeurd. De telefoonrekening is torenhoog van het nabellen en alle vrije weekenden zijn ingevuld met bezoekjes aan handelsstallen in verre uithoeken van het land. Je speurwerk wordt gelukkig beloond als je uiteindelijk jouw ideale viervoeter gevonden hebt. Het paard heeft de juiste maat, is braaf en wil voor je werken. Kortom; met dit paard zou jij nog jaren vooruit kunnen. Maar hoe krijg je nu de garantie dat dit paard zo gezond is dat hij inderdaad nog jaren mee gaat?

Veel risico sluit je uit door bij iedere aan- of verkoop het paard of de pony te laten keuren door een dierenarts. Dit voorkomt veel narigheid achteraf als blijkt dat het paard iets mankeert. In de emotie tijdens het kopen lijken veel kleine zaken namelijk onbelangrijker dan dat ze in werkelijkheid kunnen zijn.

Onderzoekprotocol

Nederlandse dierenartsen werken bij aankoopkeuringen volgens een standaard keuringsrapport. Het hierbij horende onderzoekprotocol wordt van voor naar achteren doorlopen. Na afloop van de keuring krijg je deze ingevuld mee naar huis. De eerste ruimte op het keuringsrapport is gereserveerd voor de gegevens van de eigenaar of de koper. Voor de keuring begint is het voor de dierenarts belangrijk te weten wie de kopende partij is en wie de verkopende partij. Een van deze partijen is de opdrachtgever. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de betaling van de keuring. Normaal kun je er van uit gaan dat de koper de keuring betaald als de koop doorgaat. En omgekeerd; als er tijdens de keuring afwijkingen aan het licht komen waardoor de deal niet kan doorgaan, dan betaald de verkoper. Af en toe worden er andere afspraken gemaakt. Zorg dat hierover voor het begin van de keuring duidelijkheid is bij alle partijen.

Ook moet de keurende dierenarts weten wat het gebruiksdoel is van het te keuren paard. Een paard dat in de sport moet presteren, wordt anders beoordeeld dan een paard dat ingezet wordt voor de fokkerij. Het geeft duidelijkheid als van beide partijen iemand aanwezig is. Dan is het eenvoudig een duidelijk beeld te schetsen over de geschiedenis van het paard en over de toekomstverwachtingen.
Longeren als onderdeel van de keuring
Allereerst vindt controle plaats van de gegevens in het paspoort. Uiteraard moeten aftekeningen, leeftijd en het transpondernummer overeenkomen met die van het paard. Ook kijkt de dierenarts of de entingen correct staan ingevuld. Pas dan begint de eigenlijke klinische keuring. De dierenarts loopt eerst om het paard heen om een idee te krijgen van de algemene indruk. Hoe is de voedingstoestand? Is het paard links en rechts evenredig ontwikkeld? Hoe zit het paard in de haren? Hoe is de stand van de benen of zijn er andere typische afwijkingen?

Vervolgens is de mond aan de beurt. Er wordt gekeken naar de kleur van het slijmvlies en eventuele afwijkingen aan het gebit die zo zichtbaar zijn. Alleen bij twijfels wordt een mondsperder ingedaan om verder onderzoek te doen. Op deze manier kan de hele mond tot en met de achterste kiezen een extra inspectiebeurt krijgen. Ook de ogen worden gecontroleerd, evenals de klieren in de nek en keelregio. Om een hoestreflex op te wekken zet de dierenarts korte druk op de keel. Paarden die geen last hebben van de bovenste luchtwegen zullen hierop niet reageren.

Met de stethoscoop wordt naar het hart en de ademhaling geluisterd. De dierenarts luistert eerst een keer bij het paard in rust. Later als het paard aan de longe aan het werk gezet is, geschiedt dit nogmaals. Uiteraard moeten hartslag en ademhaling regelmatig klinken en mag geen bijgeruis hoorbaar zijn.

Door het betasten van rug en hals wordt naar afwijkingen of gevoelige plaatsen gezocht. Bij de staart wordt de staarttonus gecontroleerd. Een slap hangende staart gaat namelijk vaak samen met coördinatiestoornissen in de achterhand, beter bekend als ataxie. Een slappe staart vraagt om extra onderzoek om de coördinatie te testen.

Beenwerk

Tenslotte komt het bewegingsapparaat aan bod. Alle benen worden zorgvuldig afgetast, waarbij vooral gelet wordt op zwellingen, gewrichtsovervulling, pijnlijke plekken en knobbeltjes. Dit geldt ook voor de hoeven en de zool. Dan gaat het paard naar buiten om de beweging te inspecteren. Op een harde bodem inspecteert de dierenarts eerst de stap. Daarna de draf op rechte lijn en links- en rechtsom op de volte.

Paarden lopen soms heel voorzichtig als ze voor het eerst op een harde ondergrond bewegen. Voor een verkoper is het aan te raden dit vooraf thuis al een keer te oefenen. Door te draven aan de hand en het paard al een keer een volte te laten lopen op harde ondergrond krijgt hij bovendien meer informatie over het bewegingsapparaat. Dit voorkomt onplezierige verrassingen tijdens de klinische keuring. Problemen aan het bewegingsapparaat zijn namelijk de meest voorkomende oorzaak van een negatief aankoopadvies. Ook is het af te raden vlak voor de keuring bij de hoefsmid langs te gaan. Het kan zijn dat het paard een paar dagen gevoelig loopt vlak na het bekappen of met een nieuw beslag.

Buigproef

Bij het uitvoeren van de buigproeven zet de dierenarts een gewricht met de bijbehorende banden en pezen gedurende een minuut onder spanning. Als het paard vervolgens weg draaft mag deze hooguit een paar passen wat onregelmatig lopen. Zowel de voor als achterbenen worden via het zelfde principe gebogen. Voor het uitvoeren en interpreteren van de buigproeven is ervaring vereist. De dierenarts zal dit zoveel mogelijk onder standaard omstandigheden uitvoeren om een objectief beeld te krijgen. Soms zijn gewrichten bij het aanspannen al pijnlijk. Deze paarden staan bij het aanspannen slecht stil of komen zelfs volledig in verzet. Om discussie achteraf te voorkomen is registratie van alle afwijkingen op het onderzoekprotocol noodzaak.

Na de buigproeven worden de paarden in het zand aan het werk gezet. Aan de longe bekijkt de dierenarts ze op zowel de linkerhand als de rechterhand in draf en in galop. Naast het beoordelen van de beweging hebben eventuele bijgeluiden ook de aandacht. Paarden met een afwijking aan de stembanden (cornage) maken vooral tijdens inspanning een hoorbaar geluid. Alleen bij twijfel over cornage is aanvullend onderzoek noodzakelijk. In die gevallen wordt met een laryngoscoop in de keel gekeken naar de symmetrie en de beweeglijkheid van de stembanden. Na het werk aan de longe gebruikt de dierenarts voor de tweede keer de stethoscoop om hart en longen nogmaals te controleren. Dit is in principe het laatste onderdeel van de klinische keuring.

Röntgenologische keuring

Hierna kan een eventuele röntgenologische keuring nog meer zekerheid bieden. Bij aankoop van duurdere sportpaarden of bij aanmelding bij een verzekeringsmaatschappij maakt dit vaak deel uit van de standaardprocedure. Daarom is hiervoor op het keuringsprotocol standaard ruimte gereserveerd. In Nederland bestaat een standaard röntgenologisch onderzoek uit 18 foto’s. De beoordeling geschiedt volgens een officieel beoordelingsschema. Hierbij worden zowel het straalbeen, de sesambeenderen en het kootgewricht van het voorbeen als het spronggewricht ingedeeld in verschillende kwaliteitsklassen. De klassen 1 (goed) en 2 (voldoende) worden als acceptabel beschouwd. Een klasse 3 geeft een verhoogd risico voor de toekomst en een klasse 4 is onacceptabel.

Voor alle gewrichten, maar speciaal de knie, de sprong en het kogelgewricht geldt dat ze vrij moeten zijn van vormveranderingen en losse fragmentjes (OCD). Waarbij opgemerkt: niet alle losse fragmenten geven direct aanleiding tot een negatief aankoopadvies. In overleg met verkoper en koper maakt de dierenarts een inschatting van het te verwachten risico voor de toekomst. Losse fragmenten die op een gunstige plaats liggen en niet te groot zijn kunnen bijvoorbeeld operatief verwijderd worden. Gebeurt dit in een vroeg stadium, waarin gewrichten nog niet zwaar belast zijn, dan hoeft het paard hier uiteindelijk geen hinder van te ondervinden.

Conclusie

Als alle onderzoeken gedaan zijn zet de dierenarts de conclusie op het keuringsformulier. Vroeger sprak men in dit geval nogal eens van goedkeuren of afkeuren. Tegenwoordig spreekt men over aankoopadviezen. Een positief of negatief aankoopadvies op basis van de bevindingen tijdens het onderzoek. Dit is vaak geen zwart – wit verhaal. Iedere keuring is maatwerk. Eventuele nevenbevindingen en de risico’s hiervan voor de toekomst worden zorgvuldig afgewogen en besproken met koper en verkoper. Waarbij alles op het onderzoeksprotocol genoteerd wordt.

Na afloop van de keuring heeft de koper meer zekerheid over de gezondheid van de nieuwe aankoop. Bij aankoop van een paard of pony is het verstandig minimaal een klinische keuring uit te laten voeren. Dit voorkomt teleurstellingen in de toekomst. Bedenk wel dat een keuring ook maar een momentopname blijft. Omdat we hier over gezondheid praten, is een garantie natuurlijk nooit af te geven. Wel kan een ervaren dierenarts een prognose geven over de eventuele risico’s op termijn.