Vaccineren

Vaccinatiestrategie

De belangrijkste infectieziekten van de kat zijn niesziekte en kattenziekte. Het is verstandig uw katten hiertegen te vaccineren. Ook katten die niet buitenshuis komen lopen risico.
Kittens worden doorgaans gevaccineerd vanaf een leeftijd van 8-9 weken met levend verzwakte entstof. In grote groepen (bijvoorbeeld cattery’s en asiels) kan het nodig zijn om al vanaf 6 weken te vaccineren. Een basisenting bestaat uit 2 vaccinaties met 3-4 weken tussentijd. Daarna kan men jaarlijks hervaccineren. Voor kattenziekte is het genoeg om dit iedere 3 jaar te doen, maar niesziekte moet jaarlijks herhaald worden.


Kattenziekte

Kattenziekte wordt veroorzaakt door FPV, het feline panleukopenievirus. De ziekte wordt niet vaak meer gediagnosticeerd en komt vooral voor in groepen met een hoge infectiedruk, zoals asiels. De verschijnselen zijn:
  • sloomheid
  • verlies van eetlust
  • braken
  • diarree De prognose is matig.

    Niesziekte

    Niesziekte is een complexe ziekte waarbij meerdere verwekkers een rol spelen. Het feline herpesvirus (FHV), het feline calicivirus (FCV), Chlamydophila felis en Bordetella Bronchiseptica worden beschouwd als de primaire verwekkers van het niesziektecomplex. De verschijnselen zijn:
  • sloomheid
  • veel speekselen
  • ooguitvloeiing
  • neusuitvloeiing
  • niezen
  • koorts
  • verminderde eetlust
  • plekken op tong/wangslijmvlies
    Er zijn nog een aantal infectieziekten bij de kat waartegen gevaccineerd kan worden: Feline leukemie en Rabies (Hondsdolheid, voor dieren die naar het buitenland gaan), maar ook voor Bordetella bestaat een aparte vaccinatie. Deze wordt vooral gegeven aan dieren die naar een pension gaan en gevoelig zijn voor luchtwegproblemen.