Kat algemene informatie

De kat (Felis catus)


Katten zijn in Nederland ontzettend populair als huisdier. Het zijn echte gezelschapsdieren die in allerlei soorten en maten voorkomen. Ze bieden veel gezelligheid en het houden van katten kan een positieve invloed hebben op de gezondheid van de mens. Een goede opvoeding is heel belangrijk, omdat dat er voor zorgt dat een kat sociaal leert omgaan met nieuwe situaties, andere mensen en andere dieren.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de kat het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

Ongeveer de helft van de huisdierbezitters in Nederland heeft een kat, wat aangeeft dat de kat één van de populairste gezelschapsdieren is. De aanschaf van een kat brengt wel een aantal verantwoordelijkheden met zich mee. Een kat moet bij u en uw gezin passen. De kat mag geen (over)last vormen voor gezinsleden, buren, bezoekers en anderen. Hij hoeft niet uitgelaten te worden, maar heeft uiteraard wel aandacht en verzorging nodig. Een kitten (jonge kat) is natuurlijk leuk, maar kost veel tijd om goed op te voeden. Er komen jaarlijks ruim 45.000 katten in asielen terecht, dus u kunt ook overwegen om een kat uit het asiel te halen.

Door het fokken van verschillende rassen is er een grote keuze in het type kat. Veel katten in Nederland zijn rasloos. Bekende grotere rassen zijn onder andere de Maine Coon en de Noorse Boskat. Deze dieren kunnen meer dan acht kilogram wegen. Kleinere rassen zijn onder meer de Japanse Bobtail en de Devon Rex, met een gewicht onder de vijf kilogram.

Een kat wordt gemiddeld vijftien tot twintig jaar oud. Uit onderzoek blijkt dat de levensverwachting van een gecastreerde kat twee keer zo lang is als van een vruchtbaar dier.

Verschillende varianten

Er zijn meer dan 40 kattenrassen die verschillen in onder andere grootte, uiterlijk en gedrag. Ze kunnen verschillen in de (toegestane) kleurvarianten, vachttypen en bouw. Rassen kunnen ook verschillen in hun gedragsneigingen. Zo staan Siamezen bijvoorbeeld bekend om hun levendige en sociale karakter en omdat ze vaak geluiden maken. Perzen zijn juist rustige dieren. Enkele bekende rassen zijn de Noorse Boskat, Maine Coon en Heilige Birmaan. Daarnaast zijn er in Nederland veel katten geregistreerd onder de naam Europese Korthaar. Hoewel dit een erkend ras is, wordt deze term ook vaak gebruikt voor rasloze kortharige katten.

Van nature

Het wordt gedacht dat de voorouder van de tegenwoordige huiskat afkomstig was uit Egypte. Deze voorouder was waarschijnlijk de Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica). Katten werden duizenden jaren geleden al door mensen gehouden om de graanvoorraden tegen ratten en muizen te beschermen. Tegenwoordig worden katten vooral als gezelschapsdier gehouden.

Katten leven van nature in groepen van verwante katten. Katten zijn in tegenstelling tot andere dieren echter niet afhankelijk van sociale contacten om te overleven en kunnen ook solitair leven. Contacten met niet-verwante katten worden in de natuur tot een minimum beperkt. Toch kunnen ook onverwante katten vaak wel samenleven, mits er voldoende ruimte is om elkaar desgewenst uit de weg te gaan.

Katten hebben, behalve op zeer korte afstand, een goed gezichtsvermogen dat ook in het duister goed werkt. Bovendien kunnen ze uitstekend horen. Katten zijn als jagers van kleine prooidieren er op ingesteld om meerdere kleine maaltijden per dag te nemen. Ze zijn territoriaal en markeren daarom hun territorium. Sproeien, het niet begraven van uitwerpselen, krabben, kopjes geven en staart wrijven zijn manieren om met elkaar te communiceren via geuren.

Huisvesting

Wanneer u een kat wilt houden, dan heeft u een huis nodig waarbij de kat de beschikking heeft over meerdere ruimten. Daardoor kan het dier zijn normale verkenningsgedrag (patrouilleren van het territorium) uiten. Bij aanschaf van meerdere katten is het belangrijk dat uw huis (het territorium) hiervoor groot genoeg is. Het is ideaal wanneer uw dieren uit hetzelfde nest komen. Bij verwante dieren is de kans namelijk het grootst dat zij als sociale groep gezellig kunnen samenwonen. Gelukkig gaat het vaak ook goed om twee kittens uit verschillende nesten te nemen, of om naast een oudere kat een nieuw kitten te nemen. Deze niet-verwante katten kunnen elkaar leren tolereren en tot op zekere hoogte ook een band met elkaar opbouwen.

In principe geldt dat u altijd evenveel kattenbakken moet hebben als het aantal katten, plus één. Bij één kat zou u idealiter dus twee kattenbakken nodig hebben. Wanneer u meerdere katten heeft, moeten er in ieder geval meerdere kattenbakken zijn. Zet deze dan in verschillende ruimten om te voorkomen dat een kat de toegang tot de kattenbak blokkeert voor de andere katten. Zet iedere kattenbak op een vaste, rustige en goed bereikbare plek en zorg dat de kat weet waar ze staan.

Maak de kattenbakken regelmatig, liefst dagelijks schoon. Zet eet- en drinkbakjes niet vlakbij de kattenbak neer. Dit kan er voor zorgen dat de kat de kattenbak niet wil gebruiken. Zet het drinkbakje het liefst niet naast de voerbak: katten drinken graag op een andere plek dan dat ze eten.

Katten hebben afleiding nodig. Zorg daarom bijvoorbeeld voor speeltjes en een klimpaal. Speel zelf ook veel met uw kat. Een kat scherpt regelmatig de nagels, daarom mag een krabpaal zeker niet ontbreken. Vaak heeft een kat een eigen ligplek in huis, bijvoorbeeld een mandje. Het materiaal hierin moet makkelijk te reinigen zijn. Dit geldt ook voor de voer- en drinkbak.

Katten kunnen samengehouden worden met andere huisdieren zoals honden en konijnen, maar let op: een kat gaat achter bewegende kleine dieren aan. Laat een kat daarom nooit alleen met bijvoorbeeld losvliegende parkieten. Kinderen en katten kunnen prima samen, maar moeten wel leren met elkaar om te gaan.

Als u verhuist is het belangrijk te weten dat katten aan een nieuw huis moeten wennen. Vaak zijn ze in het begin schrikachtig. Houd ramen en deuren gesloten en houd de kat de eerste maand(en) binnen om weglopen te voorkomen. Als uw kat gechipt is en geregistreerd staat bij een databank kan hij, mocht hij toch weglopen, weer bij u teruggebracht worden. Vergeet niet om na een verhuizing uw gewijzigde adresgegevens aan de databank door te geven.

Verzorgen en hanteren

Katten verzorgen hun eigen vacht door deze regelmatig te likken. Toch is kammen en borstelen belangrijk. Het is een goede controle op de aanwezigheid van vlooien. Ook voorkomt het klitten en haarballen. Borstel een kat, afhankelijk van de lengte van de vacht en de ruiperioden, minimaal één tot twee keer per week met een grove kam. Langharige katten hebben meer vachtverzorging nodig dan kortharige katten. Informeer hiernaar bij één van onze kattentrimsters. Controleer ook de oren. Bij overmatig oorsmeer of regelmatige ontsteking kunt u met oorcleaner de oren reinigen. Gebruik nooit wattenstaafjes.

Katten kunnen gebitsproblemen krijgen. Probeer, indien mogelijk, de tanden van de kat dagelijks te poetsen. Hier zijn speciale tandenborstels voor. Dit werkt over het algemeen alleen als uw kat daar al als kitten aan gewend is. Daarnaast kunt u harde brokjes voeren voor een schoner gebit.

Katten zijn jagers en hebben daarom scherpe nagels en tanden. Met name bij het spelen kan een kat fel reageren. Houd daar rekening mee. Houd altijd de interactie tussen uw kinderen en de kat in de gaten. Hoe ongecontroleerder de bewegingen van jonge kinderen, hoe groter de kans op een plotse, felle reactie.

Sommige ziekten (zoönosen) kunnen worden overgebracht van katten naar de mens, zoals kattenkrabziekte of toxoplasmose. De kans is relatief klein om een zoönose op te lopen. Er zijn verschillende preventieve maatregelen mogelijk. Zwangere vrouwen kunnen beter handschoenen aantrekken als ze willen tuinieren en de kattenbak door iemand anders (dagelijks) laten schoonmaken. Let als u zwanger bent ook op met rauw voer!

Sommige mensen zijn allergisch voor katten. De klachten bij een kattenallergie doen zich vooral voor in de slijmvliezen van de ogen, de neus en luchtwegen. U kunt dan bijvoorbeeld last hebben van een loopneus, tranende ogen, roodheid en zwelling van de huid, hoesten en benauwdheid. Daarnaast kunnen algemene klachten als moeheid, hoofdpijn en lusteloosheid veroorzaakt worden door een allergische reactie.

Voeding

De kat is van nature een vleeseter en heeft dierlijke voeding nodig. Een vegetarisch dieet is dan ook uit den boze. Er is apart voer voor bijvoorbeeld kittens, senioren en binnenkatten. Informeer bij uw dierenarts naar het assortiment.

Van nature eet een kat meerdere malen per dag. Geef volwassen katten daarom minimaal tweemaal per dag, maar liefst vaker, te eten. Het geven van kleine hoeveelheden voer wat vaker over de dag sluit beter aan bij het natuurlijke voedingspatroon van de kat en voorkomt dat de kat tussen de maaltijden door honger heeft. Voer uw kat geen botjes van gebakken, gebraden of gekookt gevogelte (zoals kip), en voer ook geen rauw varkensvlees. Katten willen wel eens gras of planten eten. Let op, want sommige (kamer-)planten zijn giftig voor katten. U kunt daarom beter kattengras aanbieden. Zorg dat er altijd fris water is. Voorkom dat een kat te dik wordt, weeg het dier regelmatig.

Voortplanting

Katten worden gemiddeld op een leeftijd van zes tot twaalf maanden vruchtbaar. De dracht van een poes duurt ongeveer 64 dagen. Bij een kitten gaan de oogjes na zeven tot twaalf dagen open en de gehoorgangen na ongeveer twaalf dagen. De eerste drie maanden van een kitten zijn heel belangrijk. In deze periode wordt de basis gelegd voor het gedrag dat de kat later zal vertonen, zoals zindelijkheid en sociaal gedrag. Breng de kittens daarom regelmatig in contact met volwassenen, kinderen, andere katten en katvriendelijke honden. Laat ze ook wennen aan huishoudelijke geluiden, zoals stofzuigen. Castratie wordt meestal gedaan vanaf ongeveer zes maanden. Een gecastreerde kat is rustiger in huis en meer mensgericht. Een kat is volwassen vanaf ongeveer zeven tot acht maanden. Een poes is eerder volwassen dan een kater.

Socialisatie

De socialisatiefase van de kitten is een speciale leerfase. Hierin leert een kitten om te gaan met soortgenoten, andere dieren en mensen. Het is heel belangrijk dat een kitten goed gesocialiseerd wordt. Door een goede socialisatie zorgt u er voor dat uw kat later makkelijker omgaat met nieuwe situaties en minder angstig is. De eerste socialisatieperiode van kittens ligt tussen de leeftijd van drie tot zeven weken. Er wordt daarnaast verondersteld dat katten ook een zogenaamde tweede socialisatieperiode kennen, die doorloopt totdat de kat veertien tot zestien weken oud is. Als kittens in hun eerste socialisatieperiode, van drie tot zeven weken, geregeld door zowel bekende als onbekende mensen worden opgepakt zullen zij op oudere leeftijd minder angstig zijn naar mensen, meer spelen met mensen en meer affectie laten zien. Door kittens in deze eerste socialisatieperiode op een positieve manier te laten wennen aan honden, konijnen en andere dieren leren zij met deze dieren om te gaan. Tijdens de socialisatieperiode kunt u uw kitten ook leren wennen aan allerlei andere activiteiten, zoals kammen, nagels knippen, tanden poetsen, het lopen met een tuigje en vervoer in een reismand. Daarnaast went een kitten in deze periode aan de kattenbak. Let er wel op dat de rand van de kattenbak niet te hoog is voor het jonge dier.

Het is van belang dat de moederkat tijdens de socialisatieperiode het goede voorbeeld geeft. Een gedrag van een goed gesocialiseerde moederpoes heeft een grote invloed op het gedrag van de kittens. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het eten. Kittens eten wat de moederkat eet en leren in deze periode van hun leven de voorkeuren voor later. Het is daarom belangrijk de kittens een gevarieerd menu te geven.

Hoewel er nog niet heel veel bekend is over de tweede socialisatieperiode van kittens, wordt er aangenomen dat deze periode plaatsvindt tussen de leeftijd van zeven tot veertien weken. Ook in die periode zal een kitten veel leren en zal een basis worden gelegd voor het latere leven.

Wanneer een kat niet goed gesocialiseerd wordt, kan het dier gaan lijden aan stress en angst. Dit kan zelfs resulteren in medische problemen, zoals huidproblemen en problemen met het immuunsysteem. Ook kan een kat gedragsproblemen ontwikkelen, bijvoorbeeld onzindelijkheid, angst- of agressief gedrag. Kittens mogen volgens de wet pas bij de moeder weg bij een leeftijd van minimaal zeven weken. Eerder weghalen is wettelijk verboden en kan nadelige gevolgen hebben voor het welzijn van de kat. Een fokker die aangesloten is bij een rasvereniging, zal zijn kittens pas meegeven wanneer deze tenminste dertien weken oud zijn en de kittens volledig ingeënt zijn. Dit betekent dat de socialisatieperiode deels of zelfs geheel plaats vindt bij de fokker. Let er daarom bij aanschaf van een kat op dat de fokker uitgebreid aandacht besteedt aan de socialisatie van uw toekomstige kitten.

Opvoeding

Hoewel er vaak gezegd wordt dat u katten niet kunt opvoeden, kunt u een kat wel degelijk dingen leren. Als u een kat in huis neemt, kunt u hem bijvoorbeeld bepaalde huisregels leren. Zo kunt u een kat leren dat hij niet aan de bank krabt, dat hij niet op tafel springt, enzovoorts. Hierbij is het belangrijk om consequent te zijn in de opvoeding en training. U bereikt de beste resultaten door goed gedrag te belonen. Bij slecht gedrag is een klein standje, bijvoorbeeld een stemverheffing, in de handen klappen of eventueel met een plantenspuit spuiten voldoende. Zowel kittens als ook oudere katten kunt u dergelijke regels over het algemeen goed bijbrengen. Daarnaast is het bij een kitten belangrijk dat u voldoende aandacht besteed aan de (tweede) socialisatieperiode.

Interessante links:
http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/onzindelijkheid-en-sproeien/eerste-hulp-bij-onzindelijkheid/ http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/onzindelijkheid-en-sproeien/urine-van-je-kat-opvangen/ http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/diversen/krabben-aan-de-meubels/ http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/diversen/met-de-kat-naar-de-dierenarts/ http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/diversen/de-kat-in-de-reismand/ http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/vechten-na-dierenartsbezoek/

Ziekten en aandoeningen

Katten kunnen lijden aan besmettelijke ziekten zoals kattenziekte, hondsdolheid en niesziekte. Hier kan een kat tegen ingeënt worden. Daarnaast zijn er ook andere overdraagbare aandoeningen, zoals bijvoorbeeld FIV (kattenaids), waartegen niet gevaccineerd kan worden. FIV wordt hoofdzakelijk overgedragen via bijt- en vechtwonden en komt daardoor ook veel vaker voor bij buitenkatten.
Voorbeelden van erfelijke aandoeningen die kunnen voorkomen zijn Patella luxatie (PL), Polycystic Kidney Disease (PKD), Hypertrofische Cardiomypathie (HCM) en Heupdysplasie (HD).
Welzijnsproblemen kunnen ontstaan wanneer de huisvesting niet voldoet voor uw kat. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn in geval van het gedwongen samenleven met andere katten waarmee de sociale relatie niet goed is. Stress is dan het gevolg, hetgeen zich onder meer kan uiten in het in huis plassen en sproeien. Plasproblemen kunnen ook ontstaan door medische oorzaak, met name bij te dikke katten en katers. Dit kan ontstaan doordat de kat te weinig drinkt, door stress, nierproblemen, blaasgruis of suikerziekte.
Een kat moet regelmatig gecontroleerd worden op onder andere gebitsproblemen, wormen en vlooien.
Benader bij vragen over de gezondheid van de kat uw dierenarts.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig. Zorg wel dat u zich van tevoren goed informeert. Laat u door het asiel, de rasvereniging of de fokker van te voren uitgebreid voorlichten over de consequenties van het houden van een kat.

Kinderen en katten

Wanneer u een baby heeft, is het belangrijk dat u de kat rustig aan het kind en de nieuwe luchtjes in huis laat wennen. Zorg ervoor dat de kat niet zonder toezicht bij de baby kan komen. Een kat zal een kind nooit bewust iets aan willen doen, maar kan wel ongelukken veroorzaken wanneer hij bijvoorbeeld in de wieg springt en daarbij zijn nagels gebruikt voor het evenwicht.
Als jonge kinderen eenmaal gaan kruipen, willen ze vaak achter de kat aangaan. Ze zien een kat nog als speeltje. Wanneer de kat zich door het kind bedreigt voelt, kan dit leiden tot krabben. Dit kan ernstige verwondingen veroorzaken. Leer jonge kinderen de kat met rust te laten, en laat kinderen nooit alleen met een kat. Leer ze hoe ze een kat rustig, van voor naar achter, kunnen aaien.

Aanschaf en kosten

Koop geen kat bij een dierenwinkel of via het internet. Vaak zijn deze katten afkomstig van onbetrouwbare adressen, onvoldoende gesocialiseerd en is de kans op ziekten groot. U kunt met een betrouwbare fokker (“cattery”) in contact komen via een rasvereniging. Ook via asielen kunt u een kat aanschaffen. Dit kunnen zowel raskatten als niet-raskatten zijn. Bij de aanschaf van een niet-raskat via particulieren wordt veel gebruik gemaakt van mond-tot-mondreclame. Veel mensen denken dat kittens die in het najaar geboren zijn, zwakker zijn. Dit kan het geval zijn bij “wilde” katten die buiten leven. Deze kittens komen over het algemeen niet in mensenhanden, zijn schuwer en worden slecht gesocialiseerd. Najaarskittens die bij mensen in huis geboren zijn, goed gevoerd en goed verzorgd worden, zijn niet zwakker dan kittens die in het voorjaar geboren worden.

Let er bij het kopen van een kat op dat hij schoon is, de vacht geen kale plekken vertoont en de ogen en oren schoon en droog zijn. Niezen, hoesten of kuchen kan op niesziekte duiden. Een goed gesocialiseerde kat is onderzoekend en niet bang voor mensen.

Een goede fokker geeft enthousiast informatie en laat zijn kittens enten, ontwormen en eventueel chippen. Kittens mogen pas op de leeftijd van zeven weken bij de moeder weg. Eerder weghalen is wettelijk verboden en kan nadelige gevolgen hebben voor het welzijn van de kat. Bij veel raskatten is het de gewoonte kittens pas op een leeftijd van 13 weken mee te geven. De aanschafkosten van een kat variëren. De prijzen voor een raskat lopen uiteen van enkele honderden euro’s tot meer dan 1000 euro. Een asielkat kost gemiddeld enkele tientallen euro’s.

Daarnaast zijn er aanschafkosten voor bijvoorbeeld een mandje, een krabpaal en kattenbakken. Voer, onderhoud en dierenartskosten (jaarlijkse controle en inentingen) bedragen al snel enkele honderden euro’s per jaar. Houd u rekening met dierenartskosten voor bijvoorbeeld castratie. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. U kunt overwegen hiervoor een ziektekostenverzekering af te sluiten.

Aandachtspunten

De relatie tussen kattenbezitters en hun kat(ten) kan een positieve invloed hebben op de gezondheid van de mens. Katten kunnen echter ook ergernis veroorzaken. Zo ergeren veel mensen zich aan kattenpoep in hun tuin. Vogelliefhebbers zien katten ook liever gaan dan komen. Een kattenbelletje aan een halsband helpt soms, maar kan gevaarlijk voor de kat zijn als hij ergens achter blijft hangen!
Laat uw kat chippen én registreren zodat uw kat teruggebracht kan worden als hij wegloopt of verdwaalt. U kunt hiervoor terecht bij uw dierenarts.

Bron: LICG